Wat ik nog zeggen wilde…

2

Voor veel mensen is de dood een abstract gegeven. Tot iemand die je dierbaar is, te horen krijgt dat het einde nabij is. Waarover praat je met elkaar? Moet onuitgesproken zaken nog worden uitgesproken of is het juist beter om dingen te laten rusten? Drie (ervarings)deskundigen over de laatste gesprekken.

Femke (39) verloor afgelopen voorjaar haar vader. Hij had alvleesklierkanker en is bijna een jaar ziek geweest. Ze kijkt met een goed gevoel terug op het afscheid.

“Zijn laatste jaar heeft in het teken gestaan van afscheid nemen. Mijn vader had een enorme schare aan vrienden en kennissen. Hij kreeg elke dag stapels post en veel mensen kwamen langs. Die betrokkenheid was fantastisch om te zien. Ik had niet het gevoel dat het te veel was of dat ik mijn tijd moest claimen. Ik belde regelmatig en ging er bijna elk weekend naartoe. Ook zijn we nog een keer samen gaan lunchen. Eigenlijk hadden we het er op zulke momenten niet over dat hij dood zou gaan, maar meer over de gewone, dagelijkse dingen. Hoe het met mijn man en kinderen was, met mijn werk. Het is juist heel fijn om het ook daarover te hebben. Omdat je dan bij wijze van spreken even kunt vergeten dat je kanker hebt. Maar tegelijkertijd meden we het onderwerp niet. We hadden het óók over de ziekte, over doodgaan, de ellende. Gelukkig wel, want anders wordt het praten over dagelijkse dingen een soort vlucht.

Illustratie: Lobke van AarGevoel van nabijheid
Ons laatste gesprek kan ik me nog goed herinneren. Het was een week voordat hij doodging, al wisten we dat toen nog niet. Ik was zonder mijn kinderen en man in het ziekenhuis, zijn vrouw was op dat moment even naar huis. Het gesprek ontstond spontaan, maar ik voelde: dit is de laatste keer dat we zo praten. Wat we hebben gezegd is eigenlijk niet eens zo bijzonder. Hij zei dat hij het zo erg vond dat hij de kleinkinderen niet zou kunnen zien opgroeien, wat ik natuurlijk alleen maar kon beamen. En ik heb tegen hem gezegd hoe vreselijk ik het vond dat hij er niet meer zou zijn, maar dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, dat we er niet aan onderdoor zouden gaan. Ik vond het fijn om hem te laten zien hoe verdrietig ik was, maar dat ik het afscheid tegelijkertijd zou kunnen dragen. Het voelt heel rijk dat we dit gesprek nog hebben gehad. Al zit hem dat niet zozeer in de woorden, maar meer in het gevoel van nabijheid. Er hoefde niets meer gezegd te worden, daar ben ik vanaf het begin blij om geweest. We hadden geen onuitgesproken kwesties. Er was niets waarvan ik dacht: dit moet nog de wereld uit. Daar ben ik heel dankbaar voor, want het gaf heel veel rust.

Beetje onhandig
Het enige wat onbesproken is gebleven, is de uitvaart. Daar wilde hij het absoluut niet over hebben. ‘Dan ben ik er niet meer, dat moeten jullie maar regelen’, was zijn antwoord. Dat was best lastig, want daardoor werden belangrijke dingen ineens vragen. We wisten wel dat hij gecremeerd wilde worden, maar bijvoorbeeld niet hoe groot het afscheid zou moeten zijn. De een stelde voor om een kleinere dienst te houden, terwijl de ander vond dat iedereen een uitnodiging moest krijgen. Dat was een beetje onhandig. Bovendien denk ik dat het heel mooi kan zijn om het daar met elkaar over te hebben. Maar als mijn vader eenmaal iets in zijn hoofd had, kreeg je hem niet meer op andere gedachten.”

Daan Westerink is journalist en rouwdeskundige. Van haar hand verschenen de boeken Leven zonder ouders en Verder zonder jou.

“Het is goed om bij jezelf na te gaan wat je nog graag tegen iemand zou willen zeggen. Maar maak het niet te snel te groot. Toen iemand in mijn omgeving te horen had gekregen dat hij nog maar een jaar te leven had, kreeg hij meteen zúlke zware brieven, het leken wel rouwbrieven. Zijn reactie was: ‘Bedankt voor je prachtige woorden, maar ik ben nog niet dood’. Kortom, laat van je horen, stuur een kaartje of ga langs voor een kopje koffie. Maar doe niet alsof iemand al is overleden.
Eigenlijk gaat het ook niet om het vinden van de juiste woorden, maar om het stellen van de juiste vragen. We hebben soms de neiging om te veel in te vullen voor degene die komt te overlijden en zeggen dan dingen als ‘Je zult het er wel moeilijk mee hebben’. Maar het is beter om vragen te stellen in de trant van: hoe gaat het met je? Kunnen we erover praten? Dan geef je de ander namelijk veel meer ruimte om zijn verhaal te doen of om te zeggen: ik wil het er wel over hebben, maar niet nu.

Een brief schrijven
Besef echter ook dat je waarschijnlijk niet de enige bent die nog een goed gesprek wil voeren. Misschien voel jij de behoefte om jullie relatie op een mooie manier in het licht te zetten of om nog iets uit te praten. Maar voor hetzelfde geld heeft de ander al tien van dit soort gesprekken achter de rug. Dat kan enorm belastend zijn. Als er bij jou echt nog iets uit moet en je voelt dat daar niet veel ruimte voor is, dan kun je ook een brief schrijven. Of praat er met iemand anders over.
In die laatste fase kan het voeren van een goed gesprek helpen om de lucht te klaren. Maar het kan, oneerbiedig gezegd, niet de bedoeling zijn dat je nog even je stoepje schoonveegt of ruzies beslecht. Die ander moet ook rustig kunnen gaan. Als jij per se nog iets uitgesproken wilt hebben, zou het mooier zijn als het in zo’n gesprek met name gaat over de mooie momenten die jullie samen hebben gehad. Je mag best benoemen dat je jullie relatie niet altijd makkelijk hebt gevonden of dat er dieptepunten waren, maar sta vooral ook stil bij wat jullie voor elkaar hebben betekend.

Reddende engel
De gesprekken hoeven in deze periode ook echt niet alleen maar zwaar te zijn. Gelukkig niet! Fijne herinneringen ophalen, naar muziek luisteren of simpelweg helpen met praktische zaken, zoals een was draaien, financiën uitzoeken of eten koken, zijn minstens zo waardevol. Mensen die weten dat ze komen te overlijden, verwachten niet dat jij de reddende engel bent met de zalvende woorden. Ze willen gewoon dat je er bent.”

José van Nus is al 22 jaar maatschappelijk werker in Hospice Kuria in Amsterdam. Zij adviseert mensen vooral realistisch te blijven over laatste gesprekken.  

“Misschien romantiseren we het wel te veel. Dat alles in het leven mooi rondgebreid en afgesloten kan worden. Ik merk dat weleens bij volwassen kinderen van bewoners van de hospice. Zij willen soms nog graag praten over dingen die zijn gebeurd, om het af te ronden.  Maar niet alle bewoners hebben daar behoefte aan. Of ze kunnen het niet meer opbrengen, omdat het ontzettend veel energie kost. En dan moet je het daarbij laten, vind ik. Hoe moeilijk het ook kan zijn om te accepteren dat het niet af is. Maar afscheid nemen is niet altijd een roze wolk. Je kunt er ook voor kiezen om er met anderen over te praten. Ik heb eens een dochter hier gehad die zei: ‘Ik ga die beerput niet meer opentrekken. Het gaat nu om de zorg voor mijn moeder, zodat ze rustig kan sterven. Ik red me daarna wel’. Zij vond het overigens wel fijn om tegen mij haar verhaal te doen. Dat kan ook genoeg zijn.

Wees realistisch
Sommige bewoners vinden het lastig om te praten over het naderende einde. Een paar jaar geleden heb ik een moeder begeleid met drie jonge kinderen. Maar ze wilde het er niet over hebben. We keken vooral televisie. Op een gegeven moment zagen we beelden van een overstroming. ‘Goh, dat lijkt me nou het ergste wat je kan overkomen,’ zei ze. Dat was voor mij een manier om met haar in gesprek te raken. Als je merkt dat iemand er niet over wil praten, dan kun je kijken of er toch signalen zijn. Soms gaat het dan ineens vanzelf en kun je het verdriet delen. Maar wees ook realistisch. Als je vader nooit makkelijk heeft gepraat over zijn gevoelens, mag je dan verwachten dat hij dat op het eind van zijn leven wel doet? Ik denk eerlijk gezegd van niet.

Relaties onderhouden
In de tweeëntwintig jaar dat ik dit werk doe, ben ik me ervan bewust geworden hoe belangrijk het is om te zorgen dat je je zaken op orde hebt als je nog middenin het leven staat. Probeer de relaties die je hebt, goed te onderhouden. Hoe moeilijk dat soms ook kan zijn, want er speelt bij iedereen natuurlijk wel eens wat. Maar het kán gewoon niet altijd meer aan het einde.”

‘Afscheid nemen is niet altijd een roze wolk’

Tekst Elles Beijers – Ilustraties Lobke van Aar

Deel op:

2 reacties

  1. Wim Poortvliet on

    Fam Jac,
    Gecondoleerd met het overlijden van Jac. Helaas ben ik niet meer in staat de dienst bij te wonen Nog niet zo lang geleden is hij nog bij me geweest en hebben filmpjes
    bekeken van CALAND.
    Voor mij komt die bericht t e onverwachts.

  2. Pingback: Eerste hulp bij rouw | Pearltrees

Laat een reactie achter

dima