Filosoof René Gude, voormalig Denker des Vaderlands, is niet meer. . . Hij overleed op vrijdag 13 maart jongstleden aan botkanker. Enkele weken daarvoor sprak hij nog met toBe over ’de kunst van het sterven’.

Wie was René gude?
Geboren: 2 maart 1957 te Surabaya
Beroep: filosoof
Bekend van: René Gude was hoofdredacteur en uitgever van Filosofie Magazine, begon als conciërge op de Internationale School voor Wijsbegeerte en was daar van 2002 tot mei 2013 directeur. Hij schreef meerdere boeken over ethiek en filosofie en publiceerde veel in Trouw, NRC, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer. In 2013 werd René Gude uitgeroepen tot Denker des Vaderlands. Het begrip ‘humeurmanagement’ is met hem verbonden: de kunst om in evenwicht te blijven door te denken, te redeneren en gesprekken te voeren.

Fotograaf: Anne Hamers Fotograaf: Anne Hamers Fotograaf: Anne Hamers

 

 

 

 

 

 


Bent u bang voor wat er te gebeuren staat?

“Ik ben niet bang om dood te zijn. Ik weet niet wat de dood is, ik heb er geen ervaring mee. Niemand heeft ervaring met de dood, dus niemand kan vertellen hoe dat is. Ik ben wel bang om dood te gaan, te stikken. Dat lijkt me heel naar, daar raak ik van in paniek. Maar de dood… Omdat je niet weet wat het is, probeer je je misschien voor te stellen wat ‘dood zijn’ betekent. Maar dan is je verbeeldingskracht aan het werk. En van die voorstelling kun je volkomen van slag raken. Als je van de dood iets verschrikkelijks hebt gemaakt, kun je letterlijk doodsbang worden. Of verdrietig of boos. Het gaat mij erom dat het nóóit de werkelijkheid is, maar áltijd jouw verbeelding, die bepaalt hoe je je voelt over de dood. Als je er bang voor bent, dan heb je je eigen hel gemaakt of heb je je die laten aanpraten door iemand die het ook niet kan weten. Je doet het zelf. Dat zie je ook aan mensen die van de dood iets begeerlijks maken, zoals de zelfmoordenaar die de dood verkiest boven het leven of de martelaar aan wie de dood eer brengt. Het verdient aanbeveling om zeer voorzichtig met je voorstellingen van de dood om te springen. Toch biedt dit ook kansen. Wie waardig wil sterven, kan wellicht moeite doen om ook het ‘aantrekkelijke’ van doodgaan onder ogen zien.”

Wat is er aantrekkelijk aan de dood?
“Ik kijk niet uit naar de dood. Ik wil niet weg. Maar ik vind het leven wel een bewerkelijke aangelegenheid. De uitspraak ‘Het leven is een gedoetje’ is een staande uitdrukking hier in huis. Als ik die gedachte niet wegdruk, kan ik de dood misschien toch ook een beetje als verlossing leren zien. Ik ben opgegroeid, zoals iedereen, met het idee dat we iets van ons leven moeten maken. Dus zet je volop stappen en voordat je het weet ben je vooral bezig met hard werken aan wat je nog niet kunt. Soms boek je succes, maar even later breekt dat ook maar zo weer af.
Op de kleuterschool, vlak voordat ik naar de lagere school zou gaan, had ik het goed voor elkaar. Twee meisjes wilden met mij trouwen, dat ging niet, dus besloten zij dat een van hen mijn vrouw zou worden en de andere mijn huishoudster. Maar die meisjes gingen naar een andere basisschool en ik kon als vergeten vrijgezel weer helemaal opnieuw beginnen. Hetzelfde ervoer ik met alle overgangen die daarna kwamen. Die naar de middelbare school, naar mijn studietijd, naar mijn eerste baan… tot aan mijn arbeidsongeschiktheid aan toe. Het leven is een aaneenschakeling van dingen die je opbouwt, maar die ook weer eindigen. Als je het leven ook leert te zien als dat tragische proces dat van eindigheid is doortrokken, als je dus juist niet al te positief denkt, dan kan het definitieve einde misschien zijn afschrikwekkendheid verliezen. Zo kun je jezelf misschien een waardige aanvaarding van de dood aanleren. Het is een grote paradox, maar dat ben ik nu aan het proberen.”

In hoeverre lukt dat?
“Ik zwalk heen en weer van vrolijkheid over dat ik er nog ben, naar verdriet over dat het binnenkort ophoudt. Toen ik van de oncoloog hoorde dat ik niet meer beter zou worden, werd ik gedwongen anders naar mijn leven te kijken. Ik was gewend in een speedboot richting de toekomst te koersen. Maar door die aangekondigde dood zat ik ineens in een roeibootje met de rug naar de toekomst toe. Ik ga nog maar heel langzaam vooruit en ik kijk niet meer naar wat nog moet, maar alleen naar wat gedaan is. Ik probeer niet te positief en niet te negatief te kijken.
Eigenlijk maak ik lijstjes van dingen die door mij afgerond zijn. Ik ben aan dingen begonnen en die heb ik op mijn manier volbracht. Dat is wat ‘perfect’ letterlijk betekent: volmaakt, volgemaakt, afgemaakt. Niet per definitie ‘heel goed’. Wat ik wil bereiken met dat terugblikken, is instemmen met dat wat je werkelijk hebt volbracht. Mild worden naar mezelf… Dat klinkt heel verstandig voor een stervende, maar eigenlijk leef ik tegen beter weten in gewoon als een gék! Ik leef gewoon door tot ik omval. Dat voelt heel prettig, maar is niet verstandig. In werkelijkheid ben ik doodziek, kortademig. Ik kan mij dagelijks voorhouden dat ik met één been in het graf sta. Maar wat betekent dat eigenlijk in mijn geval…”

Terugblikkend op uw leven… wat ziet u dan?
“Omkijkend zie ik op dit moment dat ik onderdeel ben van een fantastisch huwelijk, een fantastisch gezin en een prachtige vriendenkring. Dat alles gaat voor mijn dood echt niet meer ter ziele en mag dus op het lijstje ‘volmaakt en nog goed gedaan ook’. In mijn werkzame leven heb ik een geweldige tijd gehad bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW). Van conciërge tot directeur, daar zijn ook een paar dingen goed gegaan. Toen ik mijn vrouw Babs leerde kennen, vond ik dat ik een beetje gek leven had. Ik was toen conciërge, had een klusbedrijfje en twee zoons uit een eerder huwelijk. Ik vond dat allemaal niet zo mooi, maar Babs zei dat ik het zo maar moest houden. Zij vond het allemaal wel leuk. Haar blik hielp mij om anders tegen mijn leven aan te kijken.

Je kunt jezelf blijkbaar niet altijd even goed beoordelen. Waar wijzelf negatief over denken, beoordeelt een ander vaak positiever. Wij hebben vaak een strategische ontevredenheid over onszelf, terwijl we onschuldig bezig lijken met ‘iets van ons leven te maken’. In het leven zijn we zo godvergeten ambitieus. Ambitie betekent dat je altijd een beetje een hekel aan jezelf hebt. De kans dat je te hard oordeelt over jezelf is groot. Daarom moet je af en toe actief naar je eigen ‘volmaaktheden’ op zoek. Je hoeft daarvoor niet per se te wachten tot de oncoloog met slecht nieuws komt. Maar als je terugkijkend al te blij over je leven wordt, dan raak je weer onrealistisch gehecht aan het leven. Op zo’n moment is het weer slim om het gedoetje te gedenken. Alle inspanningen en mislukkingen die er ook waren. Zo probeer ik naar een juiste voorstelling van zaken toe te slalommen. Ik zou me kunnen voorstellen dat anderen daar helemaal geen zin in hebben.”

U introduceerde het humeurmanagement in Nederland. Het betekent zoveel als: je kunt nog zoveel tegenslagen hebben in je leven, behoud wel je goede humeur. Is die houding überhaupt aan te leren?
“Als je de dood krijgt aangekondigd, zijn er twee primaire reacties: doen alsof er niets aan de hand is, gewoon doorgaan en wegkijken of het bijltje erbij neergooien en direct gaan liggen. Maar er is nog een andere weg: die van de nuchtere blik. Ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot de ars moriendi, oftewel de kunst van het sterven, van collega-filosofen. Het zei me gewoon niets, die bespiegelingen over ‘doodsangst als grond van iedere zijnsvraag’ bij Kierkegaard en Heidegger. Ik snapte niet waar ze het over hadden. Maar dat is toch veranderd. Ik kom alsnog aan die kunst van sterven toe en die kunst heeft voor mij alles te maken met humeurmanagement. Het lijkt logisch om negatieve emoties – afkeer, woede, verdriet, angst – rond doodgaan te onderdrukken. Maar het zal je nooit lukken om je emoties te onderdrukken. Iemand die weet dat onweer geen straf van de goden is, schrikt zich toch gewoon te pletter bij de eerste keiharde donderslag. De emotie angst is een onwillekeurige primaire reactie. Pas bij de tweede klap kunnen we die langzaam in banen leren leiden. Waarmee ik bedoel dat we emoties niet moeten beteugelen. Een emotie is je drijfveer, die zet je in beweging, het heeft dezelfde stam als ‘motivatie’. We kunnen wel leren de architect te zijn van onze emoties, zodat ze niet destructief worden. Je kunt leren actief met je passies om te gaan.”

Hoe doe je dat dan?
“Vooral door er veel over te praten. Gooi het op tafel. Binnen ons gezin hebben we het ons aangeleerd te praten over mijn dood en het leven erna. In het begin was het niet te doen. Je weet niet wat je moet zeggen, want waar gaat het over? Maar we zijn gewoon gaan zitten. Even slikken en beginnen. Ik las dat tachtig procent van de mensen die met overlijden te maken krijgt, daar niet over wil praten. Degene die sterft niet of de mensen om hem heen. Ik vind dat shocking, echt shocking. Zo veroordelen we elkaar tot een verpletterende eenzaamheid. Stel je een stervende ouder voor die weigert over de dood te praten. De naasten willen kleine en grote dingen bespreken, ze willen weten hoe vader of moeder over ze denkt, hoe ze hem of haar kunnen plezieren, wat hij of zij wenst. Maar de ouder weigert erover te praten. Dat is verschrikkelijk. Dat leidt tot grote drama’s. Dit mogen stervenden hun omgeving niet aan doen. En andersom natuurlijk ook niet. Het komt ook voor dat de stervende wil praten, maar de hele familie pertinent niet. Stel je de eenzaamheid van zo iemand voor.
Onze ervaring is dat je de treurnis van een sterfgeval beter gezamenlijk kunt opvangen. Dat heeft alles te maken met dat je elkaars verkeerde voorstellingen van zaken kunt corrigeren. Samen kun je het verdriet laten bestaan en binnen de perken houden. Als je het alleen moet doen, is het veel zwaarder. Alleen door te praten krijg je hetzelfde informatie- en gevoelsniveau en dat heb je nodig om samen ergens te komen. Je leert de intensiteit van elkaars emoties kennen – dan barst die in tranen uit, en dan die – en daardoor kun je beter op elkaar reageren en elkaar helpen.”

Welk afscheid in uw leven heeft veel indruk gemaakt?
“Het afscheid van mijn moeder. Zij lag op hoge leeftijd als een koningin in haar bed en liet iedereen tot zich komen. Ze was heel kalm, wilde overal over praten en iedereen was welkom. Nu ik er zo over nadenk: zij is een voorbeeld voor mij.”

Waarmee of met wie wilt u zich nog verzoenen?
“Ik heb ruzie met mijn broer, over een erfenis. Ik heb informatie van hem nodig en die weigert hij te geven. Hoe dit afgerond moet worden, weet ik nog niet. Het is nog niet volgemaakt, het loopt nog. Ik kan niet zeggen: zand erover, vergeven en vergeten, omdat dit oneigenlijk voelt. Als ik hem nu vergeef, verbreek ik mijn eigen regel dat je met elkaar op hetzelfde informatie- en gevoelsniveau moet zitten om ergens te komen. Ik heb hem er liever bij, maar als hij zich zo blijft opstellen, kan ik het niet met hem samen doen. Dan moet hij weg. Dan verban ik hem uit mijn Athene.”

Is er iets waarvan u spijt heeft in uw leven?
“Spijt… Spijt is een ‘terugblik-emotie’ die je kunt voorkomen door in een eerder stadium af en toe terug te blikken. Ik las in een artikel ‘de top vijf van spijt’ van mensen die niet lang meer te leven hebben: te hard gewerkt, zichzelf niet geuit, niet het leven geleid dat bij ze paste, te weinig hun vrienden gezien en onvoldoende gewoon blij kunnen zijn. Dat zijn allemaal zaken die je kunt bijsturen als je af en toe terugblikt. Het liefst met elkaar. Ik heb er spijt van dat ik er zolang over heb gedaan om te ontdekken dat we in een individualistische tijd leven. Waarom heb ik mezelf niet meer plezier gegund door om me heen te kijken en mensen na te apen? Als ontwikkelingsdynamiek vind ik dat een heel goede. Het is veel leuker dan concurreren en je doet uiteindelijk dingen toch nooit exact als die ander. Maar als je wel van ‘m durft te leren, ontwikkel je je makkelijker, blijer.”

Orkestreert u uw eigen begrafenis?
“Ik zat op het spoor ‘mij maakt het niet, ik ben er toch niet meer’. Maar door het aan mijn vrouw en kinderen over te laten, regeer ik juist over mijn graf heen omdat ik hen opzadel met de klus. Daar komen misschien maar kibbelarijen van. Dus op verzoek van mijn gezin ben ik me ermee gaan bemoeien. Het leek hen wel makkelijk als ze wisten wat ik wilde en ik vind het leuk. Nu moet ik weer opletten dat ik niet te ver ga. De kist die ik heb besteld, met ruimte voor één been, moest in overleg.”

In een eerder interview zei u: ‘Er is wel leven na de dood, maar niet voor mij.’ Dood is dood?
“Voor de mensen om mij heen is er een leven na de dood. Zij moeten door. Als ik dood ben, word ik, het levende organisme dat ik ooit was, opgenomen in dezelfde kringloop van chemische elementen als waaruit ik ben gekomen. En dat wat wij geest noemen, is gewoon een van de functies van dat organisme. Maar wel eentje die mogelijk zorgt voor leven na de dood. Zoals mijn geest, mijn gemoed, nu vol is met ideeën van anderen en herinneringen aan anderen, zo zal ik hopelijk een beetje na-ijlen in de geest van vrienden en geliefden. Alle gedachten die ontstaan in gesprekken dragen bij aan de richting die ontwikkelingen nemen. Ook die paar gedachten die ik heb ingebracht in een mensenleven. Ik zal er zelf niet bijzijn als dat leven na mijn dood zich aan het voltrekken is. Maar als mijn zoon over tien jaar zegt dat hij het leven toch wel een gedoetje vindt, denkt hij misschien even aan mij. Dat vind ik een bemoedigende gedachte. Meer leven heb ik na mijn dood niet nodig.”

Tekst Maaike Kuyvenhoven & Laura Thuis – Fotografie Anne Hamers

Boek: 'Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.'Sterven is doodeenvoudig
Toen duidelijk werd dat René Gude stervende was, ging dichter, journalist en presentator Wim Brands met hem in gesprek over wat er nu werkelijk toe doet, over humeurmanagement en over de troost van de filosofie. Juist nu de dood voor de deur staat, blijken filosofische vaardigheden handig om de gemoedsrust te bewaren. Het resultaat van de gesprekken die zij voerden, werd het boekje ‘Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.’
Prijs € 8,50 – Uitgever ISVW Uitgevers – ISBN 9789491693496

Weggeven
toBe mag 10 exemplaren weggeven van ’Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.’
Wil jij dit boekje graag ontvangen? Stuur dan een mail naar redactie@tobemagazine.nl
o.v.v. ‘Sterven is doodeenvoudig’, je naam en adresgegevens.

De eerste 10 inzenders krijgen het boekje zo spoedig mogelijk thuisgestuurd.

 

Deel op:

1 reactie

Laat een reactie achter

dima