Gemiddeld spendeert Jolien van Haaster (29) de helft van het jaar in het buitenland. Zo houdt ze haar creativiteit levend.

Jolien: “Ik hou ervan ergens kort en intensief in te duiken. Dat ontdekte ik tijdens mijn eerste reis naar Roemenië met The Flying Seagull Project, een groep clowns die wereldwijd kansarme kinderen bezoekt met het motto: ‘We’re just after your laughter’. In dit werk vond ik iets dat heel goed bij mij past. Ik noem het hoboën: met slechts een tas op je rug van plek naar plek gaan, maar tegelijkertijd diep in de levens duiken van de mensen die je tegenkomt. Ik dacht meteen: ‘Zo wil ik zo lang mogelijk blijven leven.’ Dit maak ik mogelijk door tussentijds terug naar Nederland te komen. Hier geef ik dans- en AcroYoga-lessen en ontwerp ik duurzame yoga-leggings.

Mijn liefde voor het werk met de Seagulls heeft verschillende facetten. Wij zien mensen die niet als mensen worden behandeld. Kinderen die in grote armoede leven of vanwege hun beperking geen deel mogen uitmaken van de maatschappij. Ik ben een sensitief en emotioneel persoon en kan me behoorlijk druk maken over onrecht in de wereld. Maar ik ben ook een performer en via The Flying Seagull Project kan ik die kinderen wat geven. Als ik alleen maar in hun misère zou zitten, zou ik het niet aankunnen. Maar ik zie de hele dag lachende gezichten om me heen. Kinderen hebben van nature een bepaalde zorgeloosheid, ze zijn open. Zij geven mij inspiratie en heel veel ruimte om mezelf te zijn.

Als volwassenen hebben we het ontzettend druk met serieuze dingen als geld verdienen en een dak boven je hoofd houden. Hierdoor is het moeilijk om creatief te blijven. Terwijl dansen en spelen mij een gevoel van individualiteit en zelfverzekerdheid geven. Ze brengen me dichter bij mezelf, bij mijn idealen en puurste verlangens. Mensen noemen creativiteit een uitlaatklep, maar eigenlijk is het een inlaatklep. Het is voor mij niet iets waar ik allerlei opgekropte emoties in stop, maar iets waarvan ik rijker word. In het begin kon men mijn reizen nog zien als iets tijdelijks. ‘Gaaf,’ dachten ze, ‘die komt van school en gaat reizen.’ Er werden afscheidsfeestjes georganiseerd en ik kreeg cadeautjes. Op een gegeven moment merkte ik dat mensen zich eraan gingen ergeren dat ik steeds weer wegging. Ik kom uit een conservatief dorp waar velen al een huis en kinderen hebben. Steeds krijg ik de vraag: ‘Ga je nu alwéér weg?’ Soms ga ik daardoor denken dat ik maar wat aanklooi. Omdat ik geen vast huisadres heb en altijd weer moet zien hoe ik rondkom.

Gelukkig heb ik nooit écht getwijfeld aan mijn keuzes. Mijn ouders hebben hierin een grote rol gespeeld. Zij hebben nooit gezegd: ‘Zou je dat nou wel doen?’ Ik weet nog dat ik een jaar of veertien was – volgens de maatschappij al te oud om te gaan dansen – en tegen mijn moeder zei: ‘Mam, ik wil danseres worden!’ Alsof ik dat allang wist, maar vergeten was om het te zeggen. Daar werd ik toen meteen in gesteund. Ook toen ik vorig jaar besloot om naar Ghana te gaan, in West-Afrika waar toen ebola heerste, vertrouwden mijn ouders erop dat ik de juiste keuze maakte.

Een favoriet aspect van dit leven is dat ik zo onafhankelijk ben en al mijn eigen keuzes maak. Hoewel dit nu heel goed bij mij past, kan het ook zijn dat ik me zomaar ineens zou willen settelen. Ik heb geen relatie of kinderen en dat zijn twee dingen die ik wel graag wil. Soms maak ik me daar zorgen over. Wat als ik altijd wil blijven reizen, kan dat wel met kinderen? Hoe mijn leven met iemand samen wordt, is voor mij nog een mysterie. Maar ik kijk er met plezier naar uit, want ik heb besloten dat alles mogelijk is.”

Tekst: Johanna Nolet

 

Deel op:

Laat een reactie achter

dima