Ze draagt het hart op de tong, lijkt een enorme flapuit, maar is bedachtzamer dan ze op het eerste gezicht lijkt. Tweeënhalf jaar geleden verloor Marth Bek (63) haar man, maar ze is bepaald niet bij de pakken neer gaan zitten. Marth geniet elke dag met volle teugen van het leven.

Met een lach opent ze de deur van haar Veghelse woning en geeft meteen een korte rondleiding door het prachtige pand dat haar ouderlijk huis blijkt te zijn. Hier groeide Marth op, samen met zes broers en zussen. Haar vader was personeelschef bij wat toen nog een van de grootste mengvoederbedrijven van Europa was. ‘Hij was echt mijn maat, wist eerder dat ik zwanger was dan mijn man.’ Ze schatert. Eenentwintig was ze, toen ze trouwde met Loet Bek. Hij werd niet alleen verliefd op Marth, maar ook op het huis. ‘Ik zag dat niet zo, we waren immers met zoveel kinderen hier in huis. Maar die zijn allemaal ergens anders gaan wonen.’

Rare boeken
Loet zat in het drukkersvak. Hij was degene die ervoor zorgde dat Marth ‘in de boeken’ terechtkwam: ‘Ik wilde eigenlijk na de middelbare school naar de sociale academie, maar het werd bibliothecaresse. De moeder van mijn man dreef zo’n ouderwets boekhandeltje. Aanvankelijk vroeg ze zich wel af wat ik allemaal voor moderns bestelde. Ze vond die schrijfsels van Mulisch en Claus maar niks. ‘Wat haal jij toch allemaal voor rare boeken binnen?’, zei ze dan. Zij hield zich vooral bezig met Prisma’s en romannetjes. In de winkel werden vooral mooie banden besteld: meters boeken die keurig stonden in de woonkamer. Maar Marth zette haar zin door en haar schoonmoeder legde zich neer bij de nieuwe aanpak. Want Marth zág niet alleen nieuwe kansen, maar benutte die ook. Veghel had immers een ziekenhuis met specialisten die in boeken geïnteresseerd waren. En er was vanouds een sterke industrie met grote bedrijven zoals Mars, Cehave, DMV Campina en Maison van den Boer. ‘In 1971 hebben we een nieuwe boekhandel neergezet. Ik heb daar echt missiewerk gedaan.’

Vechtlust
Samen met haar team bouwde Marth de boekhandel uit tot de mooiste van Nederland. Behalve die onderscheiding kreeg ze in 2002 ook de boekhandel retailprijs. Al jarenlang haalt ze met het evenement Literatuurlijk jaarlijks zes bekende schrijvers naar Veghel. ‘Het is een kleurrijk volkje, en erg leuk om mee te praten. Sommigen komen ook thuis over de vloer en dan sta je er soms van te kijken hoe anders sommige mensen kunnen denken. Daar houd ik van.’

Dat is nooit veranderd; niet nadat Loek ziek werd en ook niet na zijn overlijden. Marth Bek is een zelfstandige vrouw die niet van ‘geëmmer’ houdt, zoals ze het zelf uitdrukt. Loet bestierde de drukkerij, Marth deed de boekhandel. De zaken gingen prima, ook nadat bij Loet Bek op 40-jarige leeftijd multiple sclerose werd geconstateerd. Maar net zoals Marth nu niet uit het veld te slaan is, zo was ook de vechtlust van haar man niet te stoppen: ‘Loet bleef altijd tegen zijn ziekte vechten, bleef vol aan de slag. Tot hij die tumor kreeg die hem in een paar maanden sloopte. Door de MS voelde hij er niks van. Hij is 61 jaar geworden.’

Weduwe
En toen was Marth, toch nog sneller dan gedacht, weduwe. ‘Tot de dag waarop Loet stierf, had ik 36 jaar lang, zes dagen per week gewerkt. En opeens was Loet weg. Ik ben er maandenlang kapot van geweest. Maar toen besefte ik: zo gaat het niet, het moet anders. Onze zoon had gelukkig de drukkerij al eerder overgenomen en onze oudste dochter kwam in de boekhandel. De jongste trok naar Amsterdam waar ze nu druk is met promotie van cosmetica. Ik bleef de boekhandel runnen, daar voelde ik me goed bij, maar ik zag ook dat het geen nut had om zo hard door te blijven werken. Drie dagen in de week was eigenlijk ook voldoende.’

Reizen
Loet was nog geen twee maanden overleden toen iemand vroeg of ze geen nieuwe vriend wilde. ‘Ga toch weg’, riep ze. Ook nu is Marth niet op zoek naar een relatie. ‘Ik kan heel goed alleen zijn, maar ik zoek wel gezelligheid. Loet hield niet van reizen. Hij ging wel mee, maar was nooit echt enthousiast. Als we al eens onenigheid hadden, ging het daarover. Hij wilde eigenlijk alleen maar werken. Daaraan had hij ook het succes van zijn bedrijf te danken. Hij zei altijd: ‘Schatje, jij kunt nog genoeg reizen in je leven want ik ga toch veel eerder dood dan jij.’

En dat is ook precies wat Marth doet. Binnenkort vertrekt ze met enkele vrienden naar Warschau. Haar verjaardag, straks in september, viert ze in New York. En ze is een maand naar Australië geweest met een zus. ‘Als het kon, deed ik het morgen weer’, zegt ze. Als we een afspraak hebben voor dit interview, belt ze vanuit een hotel in Twente met de vraag of het een dag later kan: ‘Want ik heb het hier zo mooi.’ Ze wil de hele wereld nog zien en komt een heel eind. Later dit jaar wil ze naar China. ‘Ik ben gek op mensen, steden zien, cultuur beleven. Ik wil ook nog naar Argentinië en naar Chili.’

Fotograaf: Jasper BosmanBezig blijven en genieten
Opeens springt ze op om de bejaarde spaniël Vlegel een pannetje water te geven. Marth Bek beseft dat ze het goed heeft, ook al is ze weduwe. ‘Ik zal Loet nooit wegpoetsen’, zegt ze als ze weer zit. ‘We zijn 38 jaar gelukkig getrouwd geweest. Hij is altijd bij me, nog steeds. Maar ik wil er wel het beste van maken. Daarom houd ik ook de zaak aan. Ik wil bezig blijven en tegelijkertijd genieten. Wat de buitenwereld daarvan vindt, interesseert me niets. Ik heb ons huis helemaal opnieuw aangekleed, inclusief de slaapkamer. Want die was nog steeds zoals we het samen hadden bedacht. Nu is het zoals ik het wil.’ Opnieuw staat ze op.
Ze wijst naar de schilderijen van haar dochter aan de wand – ‘Knap hè?’ – en mijmert over schrijvers die ze regelmatig spreekt. ‘Nelleke Noordervliet schreef zo’n leuk boekje toen Literatuurlijk Veghel 15 jaar bestond. En ik heb gelachen met Jan Wolkers, zo’n schattig opaatje. En die rare Martin Simek. Toen Loet overleed zei hij dat ik altijd het gevoel zou hebben vreemd te gaan als ik een relatie met een andere man zou hebben. Een confronterende man wel, die Simek.’

Huwelijksdag
Met kerst en oud op nieuw zat ze met haar gezin in Oostenrijk. ‘Loet en ik zouden dan 40 jaar getrouwd zijn. Ik nam het hele gezin mee, want dat moest herdacht worden. Dus hebben we toch nog een beetje onze huwelijksdag gevierd ginds. Ik hou niet van brassen, wel van goed leven. Ik heb een abonnement bij het Eindhovense Muziekcentrum, bezoek concerten en ga vaak naar de schouwburg of films kijken in de Bossche Verkadefabriek. Dan gaan we eerst lekker eten en een glaasje drinken.’ Ze schatert weer. ‘Begin dit jaar ben ik gestopt met roken. Omdat ik dat wilde. Als ik iets wil, dan gebeurt het. Als ik iets niet wil, dan ook. Nu nog een tikkeltje afvallen want ik houd van het goede leven. Een lekker glas wijn, heerlijk eten – daar kun je mij voor wakker maken. Het is wel lastig om dat te minderen, maar het moet.’

Zonnige kant
Dan, opeens een stuk serieuzer: ‘Mijn moeder is 91 geworden, pa werd 93. Hij was al 52 jaar toen ik werd geboren. Ik hield hem jong, zei hij altijd. Dat zei mijn man trouwens ook. Ik was heilig bij hem. Hij vond het verschrikkelijk om dood te gaan. ‘Ik zou het niet fijn vinden als je binnen twee jaar al een andere vent hebt’, zei hij eens. Rond zijn dood had ik zelf helemaal geen tijd voor emotie, dat kwam naderhand allemaal pas. Maar ook dat is iets wat je zélf moet doen, rouwen.’

Marth Bek staat onbevangen in het leven, beweert ze. ‘Het leven lacht me toe, werkelijk. Mensen om me heen schrikken altijd als ik zeg dat ‘t hartstikke goed met me gaat. Toch is het zo. Loet was een vrolijke man. Hij hield van grapjes en zag overal de zonnige kant van, net als ik. Ik wil geen rouwende weduwe zijn. Ik vertik het om zwartgallig te doen, wil niet als een zeurpiet overkomen. We hebben samen een succesvol leven gehad. Daar geniet ik nog alle dagen van. Nu ben ik bezig aan het laatste stukje van mijn leven. Dat moet dan wel een mooi stukje worden.’

Tekst: Rien van der Steen – Fotografie: Jasper Bosman

Deel op:

Laat een reactie achter

dima