Van een schuchter jongetje groeide hij uit tot een man met een missie. En naarmate hij ouder wordt, begrijpt hij het leven steeds beter. Tekstschrijver en presentator Harm Edens (49) over zijn passie voor het leven.

Wie is Harm Edens?
Naam: Harm Jacob Edens
Geboren: 4 augustus 1961 te Enschede
Woonplaats: Zutphen, samen met partner Harm
Kinderen: dochter Imme (3½) en zoon Roman (21 weken), wonen bij hun moeders in Amsterdam
Beroep: schrijver, programmamaker, dramaturg, vertaler, ambassadeur WNF
Waar kennen we Harm van: Dit was het nieuws, 10xBeter
Dit brengt de toekomst: Dit was het nieuws, 10xBeter, Gelderse Koppen, columns in Linda en Roots, format-ontwikkeling en nog veel meer!

 

We kennen je vooral als scherpe grappenmaker op televisie. Hoe was je als kind?
“Ik was altijd heel enthousiast en leergierig. Ik zie mezelf trouwens niet als grappig, maar ik vind het wel leuk om grappen te maken en mensen aan het lachen te krijgen. Dat had ik als heel klein kind al. Mijn ouders vonden dat niet zo geweldig. Ze zeiden altijd: ‘Doe maar normaal en val niet zo op.’ Dat had geen effect, het is nooit meer over gegaan.”

Uit wat voor gezin kom je?
“Mijn opa van moeders kant was streng gereformeerd. Mijn ouders waren Nederlands hervormd, maar wel van het lossere soort. Mijn vader was van oorsprong niks, maar had zich voor mijn moeder in het geloof verdiept en ging er heel consciëntieus mee om, zoals hij met alles in het leven omgaat eigenlijk. Ik ging als kind naar de zondagsschool en ben ook nog gedoopt. Maar de catechisatie heb ik niet meer gedaan. Dat paste ook in die tijd. De jaren zeventig waren nogal verwarrend voor veel mensen, ook voor mij. Het is eigenlijk vergelijkbaar met deze tijd voor jongeren. Er komen heel veel nieuwe dingen op je af.”

Hoe sta je nu tegenover het geloof?
“Ik heb eigenlijk mijn hele leven wel geworsteld met het geloof. Ik had het vooral moeilijk met de leefregels die het geloof stelt. Dat heb ik van kleins af aan al gehad. Soms vind ik het wel jammer hoor, dat ik niet kan geloven. Ik ben ook wel eens jaloers op mensen die dat wel van harte doen. Je kunt dan je verantwoordelijkheden buiten jezelf leggen, tenminste, zo voel ík het. Onder het mom van Gods wil kun je dingen goedpraten die eigenlijk zinloos zijn.”

Waar ging het mis?
“Ik weet dat ik als achtjarige voor het zwartwit-tv’tje zat en naar een negerkindje uit Biafra keek, met een heel dik buikje en een napje. We wisten gewoon niet wat dat was. Ik vroeg het aan mijn moeder en die vond dat ook lastig. ‘Er zijn plekken op de wereld waar ze niks te eten hebben’, zei ze. Dat kon ik echt niet begrijpen. Niet lang daarna kwam ook Vietnam er nog overheen, met die bommen­tapijten die achterelkaar in dat land vielen. Dat was het moment dat ik dacht: als er een god bestaat die het goed voor heeft met de wereld, waarom zou ik hier dan mogen zitten met eten, zonder bommen en waarom hebben ze daar dan oorlog en niks te eten? Dat gevoel is eigenlijk nooit meer weggegaan.”

Wat deed je met dat gevoel?
‘Ik heb ooit als klein jochie een blik bruine bonen naar Biafra gestuurd. De man van het postkantoor heeft het aangenomen en er echt postzegels op geplakt. En ze daarna thuis opgegeten waarschijnlijk, maar toch. Ik vind dat nu heel lief van die man. Het is toch fantastisch dat iemand snapt dat een kind iets wil doen? Maar het is daarna nooit meer goed gekomen met mij en het geloof. Bovendien ben ik ook nog eens van de mannenliefde, dus ja, dan sta je in het geloof meteen met 2-0 achter.”

Fotograaf: Jasper BosmanBen je een optimist?
“Ja, ik heb ongelofelijk veel zin in het leven. In de tijd dat ik er ben, wil ik er wel wat van maken. Dus ik heb al vrij snel bedacht dat ik niet ga zitten wachten wat voor directieven van bovenaf komen. Ik heb daar niks mee. Ik denk ook niet dat als ik op mijn sterfbed lig, ik er dan ineens een pastoor of dominee bij wil hebben. Ik wil het echt doen met de mensen om me heen. Het goddelijke van de wereld openbaart zich in al wat leeft. En daar geniet ik heel erg van. Maar ondanks mijn optimisme heb ik ook wel zorgen over hoe het verder moet met de wereld.”

Leg eens uit…
“We trekken maar van alles uit de aarde en er komt niets voor terug. Negen miljard mensen bijna, en die trekken de boel maar leeg. Ik heb overal tegen gedemonstreerd: de neutronenbom, de ozonlaag, zure regen. Allemaal heel belangrijk! Maar nu hebben we de allergrootste uitdaging in de opwarming van de aarde. Die uitdaging is zo enorm groot, daar ben ik veel mee bezig.”

Op wat voor manier?
“Ik ben als ambassadeur van het Wereld Natuur Fonds erg actief. Ik vind het belangrijk dat er mensen zijn die hun schouders eronder zetten. Dat past bij me, ik ben mijn hele leven al een doener geweest. Als iemand een boom staat om te kappen, stap ik er altijd op af. ‘Doe maar niet’, zeg ik dan. Soms tegen beter weten in. Wat dat betreft lijk ik steeds meer op mijn vader. In 2000 ben ik voor het WNF naar de Noordpool geweest. Een schokkende reis. Vreselijk om te zien dat het hele poolijs echt aan alle kanten aan het wegknappen is.
Dat is nog maar één uiting van alles wat onder druk staat. Daar word ik heel verdrietig en melancholiek van. Je kunt niet alles tegen­houden, maar ik doe wel mijn best. En dat wordt zeker niet minder. Ik weet heus wel dat niet alles hetzelfde blijft, maar ik ben iemand die soms stiekem een blok plexiglas over dingen heen zou willen gooien om ‘het altijd zo te houden’. Dat is onzin natuurlijk, want dingen veranderen nu eenmaal voortdurend, maar dat vind ik wel lastig.”

Je hebt duidelijk een boodschap. Hoe draag je die verder uit?
“Zoveel en zo vaak mogelijk. Ik ben regelmatig dagvoorzitter en alle bedrijven krijgen er van mij altijd minstens tien minuten duurzaamheid bij. Overal waar ik ben, probeer ik dat besef erin te fietsen. Baat het niet, dan schaadt het niet. Gelukkig beseffen steeds meer mensen over de hele wereld dat oude waardes niet meer kloppen. En dan kun je wel heel hard gaan bidden met elkaar tot de dag des oordeels in 2055 aanbreekt, omdat we dan onze eigen planeet hebben opgestookt, maar dat heeft toch vrij weinig met god te maken, denk ik dan. Ieder moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen keuzes.”

Fotograaf: Jasper BosmanOver keuzes gesproken. Je bent vader geworden.
“Ja, ondanks mijn ongerustheid over de wereld heb ik er nooit over getwijfeld om kinderen op de wereld te zetten. Het is wel echt totaal aan het eind van de hoop als je geen kinderen meer neemt omdat je denkt dat de aarde het niet gaat redden. Dan ben je klaar. De overweging om graag kinderen te willen, is voor mij ook dat ik de verwondering van het leven mag doorgeven. Ik geniet zo van het leven en van de dingen die ik mooi vind of fijn. Het is zo leuk om daarover te praten. En kinderen zijn de lachspiegels van hun ouders. Dus je eigen onzin krijg je uitvergroot terug. Dat vind ik heel gezond. Er is een Chinees gezegde: ‘Ouders laat uw kinderen met rust en voedt uzelf op’. Kinderen hebben niet zo heel veel opvoeding nodig. Onze dochter Imme is nu drie en een half jaar. Roman, onze zoon, is nog een baby, hij is nu ruim twintig weken. Ze wonen niet bij ons, maar bij hun moeders in Amsterdam, waar Harm en ik regelmatig komen. We hebben het goed geregeld, vind ik, met twee jonge moeders. Voor onze kinderen betekent vier ouders een dubbele dosis aandacht. En als er twee omvallen, zijn er nog altijd twee ouders over. Dat vind ik een prettig idee.”

Ben je door het vaderschap anders gaan denken?
“Hoe meer er langskomt in je leven, en daar horen kinderen zeker ook bij, hoe meer je begrijpt waar het op neerkomt. Namelijk dat het om het hier en nu gaat. Ik probeer heel erg in het moment te zijn. Ik weet heus wel dat je kunt zeggen: kun je op je 49e nog wel aan kinderen beginnen? Nou ja, misschien niet als je dat vanuit het perspectief van de kinderen bekijkt. Maar misschien wel als je twee jonge moeders hebt. Trouwens hoeveel procent van de wereldbevolking ziet zijn vader ook niet meer na scheiding, dood, oorlog of ziekte? Het feit dat je jong vader wordt, is geen garantie dat je je kinderen lang meemaakt. Of zij jou.”
Als je terugkijkt op het leven dat je tot nu hebt geleid, zit er dan ontwikkeling in je persoonlijkheid?
“Gelukkig wel! Ik ben opgevoed met het idee dat je overal bang voor moet zijn. Pas maar op, kijk maar uit, o jee. Ik mocht nooit meedoen. Daardoor ben ik altijd een beetje een buitenstaander geweest. In mijn studententijd, in mijn werkzame leven in Hilversum… Maar dat is veranderd. Van iemand die altijd op zijn qui-vive was, ben ik er inmiddels veel meer middenin gaan staan. Ik durf veel meer te zeggen, ik doe mee en ik sta ook ergens voor. Ik beken kleur en daar hoort het WNF ook bij.”

Wanneer is die kentering gekomen?
“Dat is langzaam gegroeid. Ouder worden speelt daarin natuurlijk een rol. Dat je steeds meer ziet wat flauwekul is en wat de kern is van dingen. En bij mij heeft het ook te maken met 23 jaar comedy schrijven. Ik wilde heel graag acteur worden, maar dat mocht niet van mijn ouders. Ik was te jong klaar met het vwo en kon het ook nog niet zelf doen. Dus toen ben ik eerst Nederlands gaan studeren met drie jaar studentencorps. Dan ga je daarna niet terug naar een hbo-schooltje om acteur te worden. Daar had ik geen zin meer in. Dus toen ben ik Theaterwetenschappen gaan doen als kopstudie. En zo ben ik langzaam in het schrijven verzeild geraakt, wat ik heel erg leuk vond. Samen met Ger Apeldoorn heb ik 23 jaar nogal eenzaam op een kamertje zitten tikken. Dat was op een gegeven moment echt op. Ik moet gewoon mensen zien en lucht! En ik wil bewegen. Ik heb me heel lang heel keurig gedragen, maar nu niet meer. Ik doe nu veel meer dingen buiten de deur, kom veel meer mensen tegen en daarom kan ik nu veel meer verbinden. Dat vind ik hartstikke leuk.”

Dus je bent pas laat jezelf geworden?
“Nee, het is een andere kant van mezelf. Die moet je op jezelf veroveren, die andere kant komt niet zomaar. Maar het is goed hoor, zo’n proces van ergens naartoe groeien.”

Hoe wil je worden herinnerd als je er niet meer bent?
“I couldn’t care less hoe ik word herinnerd. Ik vind het nu fijn als mensen aardig over me spreken. Al is dat geen doel op zich. Op internet krijg je soms enorme shit over je heen. De Firma Hopeloos & In De War leegt de onderbuik daar 24 uur per dag over iedereen die op tv komt. Dat lees ik maar niet meer, want dat is ook niet belangrijk.”

Heb je al ideeën over hoe je afscheid eruit moet zien?
“Als ik dood ben, wil ik misschien een natuurgraf. In een lijkwade ergens onder een beuk liggen. Of misschien heeft die boom daar last van? Nee, doe maar ergens op een veldje, de grond in. Ik wil het milieu niet belasten. Misschien is er tegen die tijd nog iets beters dan vriesdrogen. Bodyrecyclen of zo. En verder weet mijn geliefde dat het mij niet uitmaakt. Degene die achterblijft, heeft namelijk het grootste probleem. De vraag is dus niet: welke muziek wil ík? Nee, degene die achterblijft beslist dat. Val mensen over je graf niet lastig met wat er allemaal moet. Verschrikkelijk! Wat mij betreft is het allemaal goed. Doe wat je denkt dat je moet doen. Ik hoop alleen nog wel even mee te gaan, want ik begin het leven nu steeds beter te begrijpen. Ook al krijg ik steeds meer vragen…”

‘Ik vind het belangrijk dat er mensen zijn die hun schouders eronder zetten.
Dat past bij me, ik ben mijn hele leven al een doener’

Tekst Yvonne van Galen – Fotografie Jasper Bosman

Deel op:

Laat een reactie achter

dima