Twee jaar na de dood van zijn grote liefde Roos merkt zanger en presentator Ernst Daniël Smid (61) dat het leven weer terugkomt. Aan de hand van een aantal algemene wijsheden had toBe een zeer persoonlijk gesprek met hem. “Ik ga ooit met groot, zwaar orkestwerk het vuur in.”

Wie is Ernst Daniël Smid?
Geboren: 6 mei 1953
Woonplaats: Bussum, samen met vriendin Aly
Kinderen: Lieneke (31) en Geert (29) uit zijn eerste huwelijk, Coosje (24) uit zijn huwelijk met Rosemarie (Roos) Giesen van der Sluis, die in 2012 overleed aan alvleesklierkanker
Kleinkinderen: Rembrandt (4), Edina (2), de derde is op komst
Beroep: opera- en musicalzanger, tv- en radiopresentator, acteur
Bekend van: Mefisto in Faust, Figaro in Le nozze di Figaro (opera), musicalrollen in Les Misérables, Sweeney Todd, The Sound of Music, Aspects of Love, tv-programma’s Una Voce Particulare, Wonderlijke Wegen, God in de Lage Landen, theaterprogramma Voor elkaar met dochter Coosje, radioprogramma Ernst Daniël, diverse ambassadeursfuncties (Oxfam Novib, Hear the World)
Onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau

 

Van het concert des levens heeft niemand een program
“De omstandigheden bepalen voor een belangrijk deel je keuzes. Het begint al met de plek waar je wordt geboren. Maar juist uit hoeken waar je het misschien niet verwacht, gebeuren bijzondere dingen. Ik ben een enorme fan van André Hazes. Gewoon een jongen van de markt. Maar hij heeft ons verrijkt met een genre dat we eigenlijk niet kenden, een soort Nederlandse blues. Componisten als Prokofjev, Mendelssohn-Bartholdi waren daarentegen stinkend rijk, die hebben nooit voor het geld hoeven werken. Prachtige muziek maakten ze, zeker. Maar als ik Puccini hoor, of ik hoor een Verdi, die hebben moeten struggelen. Net als Beethoven… Daar hoor ik dan toch wat diepere lagen in. Ik wilde de beste operazanger worden, maar gaandeweg moest ik andere keuzes maken. Ik was lange tijd verbonden aan Duitse theaters en Opera Forum in Nederland. Maar na een paar jaar wilden mensen wel eens iemand anders de baritonpartij horen zingen. Op het moment dat ik dacht ‘Dit was het dan’, belde Joop van den Ende. Of ik de partij van Javert wilde zingen in Les Misérables. Maar dat dééd je niet. Een musical namen we in het wereldje niet echt serieus, dus ik twijfelde. Ik heb het toch gedaan, dan hoefde ik tenminste niet de WW in en kon ik met opgeheven hoofd de straat op. Vanaf toen is het balletje alle kanten opgerold. Je moet er toch ook niet aan denken dat je weet hoe dingen gaan. Juist toen we besloten samen leuke dingen te gaan doen, omdat de kinderen het huis uit waren, kreeg Roos alvleesklierkanker. Zo’n mooie, lieve vrouw die voor iedereen klaarstond. Ze worstelde een jaar lang om maar niet dood te hoeven gaan…”

Leven alsof het je laatste dag is 
“Dat heb ik na de dood van mijn vrouw wel een tijdje gedaan. Vernietigend leven, zoals het hoort. Als de liefde van je leven doodgaat, als de helft van je hart uit je lijf wordt gerukt en je blijft bloedend achter, wil je zelf ook dood. De dood van Roos was heftig, ze had veel pijn. Begrijp me goed, ik weet dat de dood bij het leven hoort. Het is de enige zekerheid die je hebt. Maar – en ik denk dat dit geldt voor iedereen met kanker – als je zo ziek bent, heb je het gevoel dat je wordt vermoord. Wanneer ik aan de pijn van Roos denk, voel ik de woede weer. Die boosheid gaat waarschijnlijk mee mijn graf in. Er is niemand die me daar vanaf kan helpen. In de maanden na haar dood, rookte ik drie pakjes per dag. Ik dronk veel. Sliep elke nacht met ons hondje Moos op de bank, omdat ik het zo moeilijk vond om naar boven te gaan, naar de kamer waar zij lag. Alleen: als ik daarmee was doorgegaan, was ik misschien zelf wel van de pijn af, maar Roos kreeg ik er niet mee terug. En mijn kinderen moesten dan hun vader missen. Die hebben alledrie weliswaar hun eigen leven, maar ik weet zelf hoe het is om je vader te missen op je achtentwintigste. En mijn kleinkinderen zouden dan oude video’s van opa te zien krijgen. Nee… Mijn kinderen en mijn overtuiging dat het leven zich hier en nu afspeelt – ik vertrouw niet op de belofte van het hiernamaals – hebben me erdoorheen getrokken.
Voordat Roos ziek werd, had ik veel ambities. Ik wilde dit nog, dat nog. Nu denk ik regelmatig bij dingen waar ik vroeger om zou hebben gevochten: ‘Laat maar gaan’. Misschien komt er ooit nog wel een boek. Ik heb columns en een verhaal geschreven over mijn leven. Maar ik weet niet of mensen daar echt op zitten te wachten. Het zijn wel heel bijzondere verhalen. Mijn hele leven is een gek verhaal. Ik doe veel. Ik speel in films, schrijf mijn radioprogramma, spreek een serie in over een brouwerij, heb voor de EO weer drie programma’s God in de Lage Landen opgenomen. Ook doe ik dingen die geen geld opleveren, maar wel een investering vragen qua tijd, moeite of geld. Zo heb ik de stichting Pijn bij Kanker opgericht, ter nagedachtenis aan Roos en om het onderwerp op de kaart te krijgen. Ik heb gezien wat het doet met een mens, wanneer de pijn niet meer te beteugelen is. Ik wil daar met alles wat ik in me heb iets aan doen. Dood gaan we allemaal, maar de manier waarop kan echt humaner. Ik vertel het verhaal van Roos in zalen vol artsen. Na afloop komen er altijd mensen naar me toe die ik heb geraakt en die me willen bedanken voor een verhaal waar zij niet altijd oog voor hebben. Ik hoop dat we allemaal gaan voelen dat het in de palliatieve zorg in de eerste plaats om mensen gaat. Niet om statistieken of spreadsheets.”

Tot de dood ons scheidt
“Op mijn eenentwintigste ben ik getrouwd. Toen de kinderen twee en vier waren, zijn we gescheiden. Verschrikkelijk. Bij een scheiding heb je alleen maar verliezers. Ik stond aan het begin van mijn carrière. Er was chaos en gedoe met de Belastingdienst en op een gegeven moment kon mijn ex-vrouw er niet meer tegen. Roos ontmoette ik in een tijd waarin het me weer beter ging. Zij heeft mijn opbouw meegemaakt. Dat brengt andere zorgen met zich mee, maar het was toch makkelijker. Het gevoel dat ik mijn kinderen in de steek heb gelaten, laat me waarschijnlijk nooit los. Terwijl we een heel goede band hebben. Als je trouwt, beloof je elkaar dat je samen de hele weg gaat. Maar ook bij Roos kon ik die belofte niet waarmaken. Ik stond daar en zij keek me aan met haar grote ogen en ik kon niks doen om haar pijn te verlichten… Niemand kon haar helpen. Los van die helse pijn, is doodgaan iets wat je echt helemaal zelf moet doen. Bij je geboorte word je nog geholpen, je wordt eruit geperst door je moeder. Maar op ons sterfbed zijn we allemaal alleen. Met de heel mooie, lieve vriendin die ik nu heb, ga ik het leven weer aanpakken. Zij trekt me uit het donkere gat. Toen ik dat beroemde, eerste jaar alleen was geweest, had ik weer behoefte aan een lijf naast me. Aan warmte, aan geborgenheid. In het begin had ik een schuldgevoel naar Roos, alsof je vreemdgaat, alsof je haar al bent vergeten. Maar het verlangen wordt groter, de hormoonproductie komt weer op gang en een one-night-stand is niet waarnaar ik op zoek was. Ik wilde weer naar huis kunnen bellen. Ik heb tientallen keren de voicemail van Roos ingesproken om maar te kunnen praten. Bij toeval liep ik een oude vriendin van haar tegen het lijf en binnen twee dagen klikte het. Dat had ik nooit verwacht. Ik ken haar nu een half jaar en de intentie is er er echt iets van te maken. Ik vind het moeilijk hoor, mezelf weer helemaal openstellen. Daar heb ik in mijn huwelijk zesentwintig jaar over gedaan. Maar ik laat het graag gebeuren. Ik kiek wel wat ‘t woardt.”

Wie dan leeft, wie dan zorgt
“Ik leef impulsief. Doe soms dingen waarvan ik later denk: ‘Oh, nee’. Of: ‘Yeah.’ Never a dull moment, zeg maar. Coosje, de dochter die ik met Roos kreeg, heeft dat ook. We zijn allebei emotioneel, slaan soms stappen over. Haar vriend niet. In september 2011 kwam ze hem voorstellen. Die middag vertelde haar moeder dat ze ziek was. Haar vriend bleef, tot op de dag van vandaag. Ik denk niet dat elke jongen het met zo’n start zou hebben volgehouden. Hij is een fantastische steun voor ons allemaal geweest. Op het moment dat ik toeterde dat het echt niet goed ging met Roos, riep hij me tot de orde. ‘Wacht’, zei hij. ‘Niet te snel, eerst dit, dan dat.’ Stap voor stap. Hij bleef heel analytisch denken en daar hebben we zo veel aangehad. Ik ben heel blij met hem.
Mijn rijkdom zit in mijn gezin. Ik ben ontzettend geholpen door mijn kinderen. Ik heb kinderen met een grote inhoud. Ze zijn heel divers, niet te vergelijken met elkaar. Ieder op zijn manier Fotograaf: Jasper Bosmanheeft bijgedragen aan mijn opbouw. Maar is dat de lijn van het leven? Moet jij niet als vader je kinderen opbouwen? Ik vind dat een heel fascinerende vraag, die terugkwam in Voor elkaar, de voorstelling die ik samen met Coosje heb gemaakt. Kende ik mijn dochter eigenlijk wel? Ook daar ging die voorstelling over. Mijn kinderen zijn echt de beste mensen die je je kunt wensen. Tijdens het ziekbed van Roos konden we, in alle narigheid, de zorg voor elkaar opbrengen. Nu ik terugkijk, zie ik dat als een parel in een heel rottige periode.
Als je eerlijk bent over je rouw en de dingen die je doet, gunnen mensen je nieuw geluk. Dat merk ik elke keer weer. Gisteren kwam er een man naar me toe, slaat me op de schouders en zegt: ‘Je ziet er goed uit, fijn dat je weer gelukkig bent’. Ik heb vooral veel steun gehad van mensen die ik niet ken. Geweldig. Van onderwerpen als kanker, sterven, de ontluistering van een ziekbed, van dood, het gemis, de rouw, het verdriet: ik heb er altijd bespreekbare onderwerpen van willen maken. Ik heb alles gedeeld op mijn website en in andere media. Daarmee hoop ik anderen te helpen. Mij troost het niet erover te praten. Ik word er elke keer weer verdrietig van. Maar de reacties op wat ik schrijf, troosten me wel. We moeten elkaar helpen. Eenzaamheid is het ergste dat je kan overkomen. Na de havo heb ik een tijdje als verpleger gewerkt. In het verpleeghuis heb ik wel gezien hoe eenzaam mensen kunnen zijn. Dan lagen ze in een kamertje te wachten totdat ze eindelijk dood mochten. Alleen zijn is nog wel te tolereren, maar eenzaamheid verdient niemand. Dus als ik via Facebook een berichtje krijg van een vader die schrijft dat het vandaag 731 dagen geleden is dat zijn zoontje van acht overleed, schrijf ik dat ik hem omhels. Dat ik bij hem ben. Door alle reacties op de dood van Roos en de stichting, heb ik ontdekt dat ik blij mag zijn dat ik zesentwintig jaar met Roos heb mogen leven. Jeugd is de belofte van het leven. Als die belofte al wordt gebroken…
Mensen kennen me, ze weten wat ik doe. Dat is fijn, daardoor kan ik mooie programma’s maken en mensen raken. Maar roem zorgt er ook voor dat onze dochter Coosje op straat wordt aangesproken: ‘Erg hè, voor je vader.’ Terwijl zij haar moeder heeft verloren. Door mijn bekendheid zou ik misschien moeten oppassen voor de manier waarop ik me in het publieke leven opstel. Maar in beeld ben ik niet een ander dan buiten beeld. Ik ben een open boek. De EO weet dat ze met mij een van de grootste twijfelaars van Nederland in handen hebben. Toch voel ik geen druk om me in God in de Lage Landen anders voor te doen dan ik ben. Ik denk dat de EO mij me gang laat gaan omdat ik eerlijk ben. ‘Die Smid is een rare vogel,’ denken mensen misschien, ‘maar hij zegt wel wat hij voelt’.”

Over de doden niets dan goeds
“Toen mijn ouders overleden, heb ik lange tijd helemaal geen slechte dingen kunnen ontdekken aan ze. Ik zag alleen de goede dingen, de dingen die je miste. Maar ook mijn ouders hebben natuurlijk mindere kanten. Over Roosje is er wat mij betreft niets dan goeds. Over mijn ex-vrouw ook. Je hebt van ze gehouden. Hoe kun je nu dan anders over ze denken? Mijn vriendin kende Roos goed. Zij hield ook van haar en dat is heel belangrijk. Als ik wat met jou of met jou was begonnen, had je na verloop van tijd wel genoeg gehoord. Dan had je op een gegeven moment geroepen: ‘Ben ik er nog of stap ik in het museum van Roos?’”

Levensmotto
“Mijn levensmotto is: ga beter weg dan dat je kwam. Ik was een ziekelijk jongetje, had altijd last van mijn longen. Later werd ik een verlegen puber. Aan het begin van mijn carrière had ik faalangst. Maar dat veranderde langzaam. Ik kreeg meer vertrouwen in mezelf. Er kwamen mensen op mijn pad die in me geloofden en dat is cruciaal. Bij audities hoor ik soms iemand zingen en dan weet ik: ‘Dit gaat niet goed’. Dan laat ik ‘m stoppen en ga naar hem toe. Onderzoek wat er aan de hand is. ‘Je sluit je strottenhoofd, je steunt niet door, zoek de lange lijnen, neem je problemen op die lijn mee…’ Wat het ook is. Daar hebben mensen meer aan dan ‘Veel oefenen en dan komt het wel goed’. Als het dan niets wordt met die auditie, hebben ze toch nog iets geleerd. Het is zo makkelijk om mensen af te branden. Maar het is net zo makkelijk om mensen verder te helpen. Ook al moet je ze soms teleurstellen. Als coach behandel ik je als broer en zus. Dan kan ik zeggen: ‘Ik vind het niks wat je doet. Je gelooft er niet in. Dat zie ik, want je kijkt alle kanten op. Blijf me aankijken, zing dat je me van me houdt. Vertel een verhaal.’ Ik ben oprecht geïnteresseerd. Ik wil iets voor ze doen. Dat voelen mensen en daarom kan ik mensen met een sterker gevoel voor eigenwaarde naar huis laten gaan.
Ik prijs mezelf gelukkig dat ik van een verlegen, Achterhoeks jochie iemand ben geworden aan wie mensen vragen wat hij ervan vindt. Ik ben de zesde uit een gezin van negen, was niet echt in beeld bij mijn ouders. Kun je je voorstellen hoe bijzonder ik het vind dat mensen bij mij komen met een vraag? Het is mijn plicht in alle openheid en eerlijkheid, zonder dubbele agenda daarop in te gaan.
Ik ben een ‘ancien’ geworden. Belgen zeggen dat zo mooi hè: ‘Gij zijt een geweldige ancien’. Een wijze vader in het theater, waaraan mensen zich kunnen optrekken. Ik werk trouwens door totdat ik doodga. Voor mij geen huisje in Frankrijk waar ik boeken ga lezen in de tuin. Nee, mijn kist moet je goed dichtschroeven, anders hoor je me nog zingen. Met groot, zwaar orkestwerk ga ik het vuur in. En daarna gaat iedereen zich te buiten aan drank. Ernst is dood, leve het leven. Maar eerst janken, hè.”

‘Mijn kist moet je goed dichtschroeven anders hoor je me nog zingen’

Tekst Maaike Kuyvenhoven & Laura Thuis – Fotografie Anne Hamers

Deel op:

3 reacties

  1. Carla Lamoré on

    Beste meneer Smid, fijn om dit te lezen. Ik ben vorig jaar augustus mijn man verloren aan alvleesklierkanker. Het is het meest wrede wat ons ooit is overkomen. Ik weet nog steeds niet hoe ik zonder hem verder moet. Hij was mijn grote liefde. Ook ik voel me verscheurd. Van binnen gil ik maar aan de buiten kant ben ik flink. Je doet het zo goed, zeggen ze dan. Ze moesten eens weten! Dank u voor uw schrijven. Hier put ik een beetje hoop uit dat het misschien voor mij ook ooit weer wat beter wordt.
    Lieve groet , Carla

  2. Albert en ik (Tineke) hebben je gevolgd! Beroemd zijn, heeft zijn tol, maar we leven intens met je mee (moeilijk om m.b.buremadat in woorden te vatten!!) Ernst Daniel, oftewel meneer Smid, hééél veel sterkte!

    Op enige afstand hiervan………., niet makkelijk………….durf ik u tóch te vragen om eens naar de stem van mijn Albert, mijn man, te luisteren!!! Hij is volgens mij een barriton!!! Autodidact!!

    Met een hartelijke groet van
    Martina Ferwerda-Burema (óók graag zingend)

Laat een reactie achter

dima