Een jaar geleden overleed de moeder van Elisa Vermeulen aan de gevolgen van kanker. Dat was het trieste maar onvermijdelijke einde van een strijd die ruim anderhalf jaar duurde. Een strijd waarin ze dag en nacht werd gesteund door haar dochter Elisa die haar eigen leven volledig in dienst stelde om er voor haar moeder te zijn: ‘Ineens waren de rollen omgedraaid. Mijn moeder was niet meer degene die voor mij zorgde, ik deed dat voor haar.’

Ik heb geleerd om voor mezelf op te komen. Of eigenlijk heb ik vooral geleerd om voor mijn moeder op te komen omdat ze dat zelf niet kon. Je moet gewoon doorvragen en soms doorzeuren en doorbijten om iets te bereiken.

‘Mijn moeder werd in het begin van het jaar 2009 kortademig. Haar huisarts deed vrij luchtig over haar klachten en stuurde haar naar een psycholoog. Ze had al jaren allerlei angsten, dus die verwijzing was niet eens zo onlogisch. Toen die kortademigheid bleef, ging ze toch weer naar de dokter, een andere dan haar eigen huisarts dit keer. Die verwees haar door naar het ziekenhuis om een foto van haar longen te laten maken. Mijn moeder was een verstokte roker, dus hij vond het wel verstandig om een duidelijk plaatje te krijgen van wat er misschien aan de hand was. Voordat ze de foto’s liet maken, wilde mijn moeder met mij naar zee. Dat reisje was al gepland en ze wilde per se daarna pas naar het ziekenhuis. Waarschijnlijk voelde ze al lang aan dat het niet goed zat, maar wilde ze ons uitje niet verpesten. De diagnose die uiteindelijk volgde was glashelder: ze had longkanker in stadium 3b; dat betekent nog net niet terminaal.’

De rollen omgedraaid
‘Omdat mijn moeder pas 45 jaar was, besloten de artsen om alle mogelijkheden uit de kast te halen om haar te helpen. Ze kreeg een loodzwaar behandeltraject voorgeschoteld; een combinatie van chemotherapie en bestralingen. Ik had in de tussentijd mijn baan opgezegd om fulltime voor haar te zorgen, en daarmee de last voor de andere gezinsleden iets te verlichten. De rollen waren ineens omgedraaid, mijn moeder was niet meer degene die voor mij zorgde, maar ik deed dat voor haar. In de praktijk betekende dat heel veel op en neer rijden. Soms moest ze op één dag van een behandeling in Den Bosch gelijk door naar een andere behandeling in het
ziekenhuis in Eindhoven en weer terug. Ze was toen lichamelijk al heel erg verzwakt. Zelfs even naar de wc gaan, moest met een rolstoel gebeuren omdat ze dat anders niet redde.’

Mooie momenten
‘Het was een heel zware tijd’, vertelt Elisa terugkijkend op de periode dat haar moeder zo ziek was. ‘We leefden tussen hoop en vrees, de artsen dachten dat ze wel kans had om te ziekte te overwinnen. Dat hield ons op de been. Er waren ook mooie momenten in die tijd. Zo waren mijn ouders vijfentwintig jaar getrouwd in de zomer van 2009. Mijn moeder zei van tevoren: ‘Ik weet niet of ik de energie heb om het te vieren, maar ik kan het proberen.’ Uiteindelijk heeft ze het die dag volgehouden. Dat staat echt in mijn geheugen gegrift, zo fijn als het die dag was. Natuurlijk waren er ook heel veel verdrietige momenten. We hebben veel gehuild, zoals op het moment dat ze kaal werd. Toen vond ik overal plukken haar in huis. Ze had twee pruiken gekocht, maar die heeft ze nooit gedragen. Ze vond ze veel te warm en irritant prikken, daarom hield ze het bij mooie sjaals om haar hoofd.’

Yes yes yes
‘In november van dat jaar, 4 november om precies te zijn want die datum vergeet ik ook nooit meer, gingen we samen naar het ziekenhuis voor de uitslag van de onderzoeken na haar kuren. We kregen fantastisch nieuws. De tumor was heel erg geslonken, het weefsel leek zelfs dood. De hele weg naar huis heb ik alleen maar ‘yes yes yes’ geroepen. En in de gang van het ziekenhuis heb ik het volgens mij zelfs uitgeschreeuwd. Wat waren we blij! Voor het eerst was er echt de hoop dat mijn moeder de strijd tegen kanker zou gaan winnen. Elke drie maanden kreeg ze een scan en werd haar bloed nagekeken en leek het allemaal goed te zijn. Ze kreeg ook weer sprietjes haar, wel heel ander haar dan dat ze daarvoor had, maar dat hoor je vaak. In die tijd zijn we nog meer dingen samen gaan doen. Leuke dingen, om het allemaal weer in te halen. Mama en ik zijn toen bijvoorbeeld naar Cannes gereden. Ze wilde heel graag naar Zuid-Frankrijk, want daar was ze nog nooit geweest. Dus dat deden we. Eigenlijk wilde ze met een geel hippiebusje met Carpe Diem erop de wereld rond gaan rijden. Mijn moeder was heel spiritueel en zag het helemaal voor zich; zij en ik samen op pad. Daar is het nooit van gekomen, maar zo enthousiast en opgewekt stond ze toen in het leven. Alsof ze het leven opnieuw had ontdekt.’

Ingestort
‘Na ongeveer een half jaar kreeg ze veel last van hoofdpijn. De huisarts wimpelde het af als stress en zei dat het hoorde bij het verwerkingsproces. Maar de pijnen waren heftig, ze zei dat ze een bizar gevoel had en ze kon niet goed uit haar woorden komen. Soms ging ze raar praten of wist ze niks meer. Ik raakte daar enorm van in paniek. Toen de huisarts niet wilde komen, ben ik daar een keer hysterisch binnengestormd en heb ik geëist dat hij met me mee kwam om naar mijn moeder te kijken. De volgende dag kreeg ze toen al allerlei neurologische testen en vlak daarna een MRI-scan. Half december zaten we bij de neuroloog en toen kregen we te horen dat er maar liefst drie zichtbare tumoren in haar hoofd zaten. Ik kan je niet vertellen hoe het voelt als je voor de tweede keer hoort dat het heel erg mis is. Dat was nog veel heftiger dan de eerste keer. Die allereerste keer heb je nog hoop, maar een tweede keer stort je wereld compleet in. Dan weet je dat het is afgelopen.’

Kippenvel
‘Daarna is het snel gegaan. Mijn moeder zou 3 januari met chemo’s en bestralingen beginnen. De kerstdagen waren dus enorm beladen. We hadden een groot diner met 23 mensen en ik wist toen al dat het de laatste kerst samen zou zijn. Oudejaarsavond vierden we bij een familie in onze straat. Voordat het twaalf uur werd, zijn we met ons gezin terug naar huis gegaan en hebben we elkaar allemaal heel stevig vastgehouden tijdens de jaarwisseling. Dat vergeet ik mijn hele leven niet meer. We zijn allemaal heel anders en zitten niet altijd op een lijn, maar op dat moment voelden we een complete saamhorigheid. Ik krijg nog kippenvel als ik eraan terugdenk. Zo mooi was dat, ons laatste intense moment samen als gezin.’

Voicemail
‘Mijn moeder heeft nooit geklaagd. Ook niet toen haar haar opnieuw ging uitvallen. Ze had nog zo veel om voor te leven. Mijn vader zou vijftig worden, haar kinderen moesten nog diploma’s halen, dat wilde ze allemaal meemaken. Ergens had ze toch nog hoop, denk ik. Maar het was haar niet gegeven, want begin februari werd ze heel erg ziek. Toen hebben we nog een gesprek bij de huisarts gehad waarin hij letterlijk zei: ‘We kunnen niets meer voor u doen. U mag weer naar huis.’ Dat was een heftige tocht. Het afscheid ging pijlsnel, door medicatie geholpen.

Op 19 februari is ze overleden. Toen volgde nog de uitvaart en daarna werd het stil. Heel raar ineens, die rust dan. Ik ben met de beste vriendin van mijn moeder naar Turkije op vakantie gegaan en we hebben daar een heel leuke tijd gehad. Natuurlijk hebben we ook gehuild samen, maar ik had toen voor het eerst het gevoel dat ik niets meer moest. De zorg voor mijn moeder was weggevallen en ik hoefde alleen nog maar aan mezelf te denken vanaf dat moment. En nu, na een jaar ben ik eerlijk gezegd nog steeds aan het bijkomen van die intense anderhalf jaar zorg.

Er zijn momenten dat ik haar vreselijk mis, dan bel ik haar mobiel om even haar stem op de voicemail te horen. Soms voer ik dan een heel gesprek met haar, dat doet me dan wel goed. Ik begin weer langzaam plannen te maken om een studie op te pakken en het onderwijs of de kinderopvang in te gaan. Ook met mijn beste vriendin Renee kan ik het heel gezellig hebben, we lachen heel wat af samen. Ze komt hier bij mij of we gaan samen uit, dan voel ik me weer even net zoals mijn leeftijdsgenoten. Ik ben door alles wat ik heb meegemaakt in korte tijd veel ouder geworden. Vooral in het bijzijn van Renee is het heel fijn om me weer een meisje van 24 te voelen dat plezier heeft om onbenullige dingen.

Fotograaf: Jasper BosmanLevensmotto
‘Als ik de balans probeer op te maken, kan ik wel zeggen dat ik enorm ben veranderd de afgelopen jaren. Ik durfde nooit zo veel, was altijd een beetje timide. Maar ik heb geleerd om voor mezelf op te komen. Of eigenlijk heb ik vooral geleerd om voor mijn moeder op te komen omdat ze dat zelf niet kon. Je moet gewoon doorvragen en soms doorzeuren en doorbijten om iets te bereiken. Ik kan nu zelfs brutaal zijn als dat nodig is. Dat heeft mama’s lijdensweg me wel gebracht. Ik besef dat als je iets graag wilt, je dat toch zelf moet doen. Als je er alleen voor staat, moet je wel. Het is misschien een bittere les geweest, maar wel eentje waar ik iets aan heb. Er is nog steeds veel verdriet, maar ik weet dat ik hier sterker uit ga komen. Ik heb mijn moeder het leven zien koesteren, vooral toen ze na de eerste keer te horen kreeg dat het er gunstig voor haar uitzag. Haar motto Carpe Diem, dat ze op het hippiebusje wilde schilderen, heb ik op mijn arm laten tatoeëren. Zo word ik er elke dag aan herinnerd om iets van mijn leven te maken. Het is nu ook mijn levensmotto geworden.’

Tekst: Yvonne van Galen – Fotografie: Jasper Bosman

Deel op:

Laat een reactie achter

dima