Aylani (25) leed vanaf haar twaalfde jaar aan de eetstoornis anorexia nervosa. Na een jarenlange strijd met diverse dwangopnames en zware depressies, heeft ze haar geluk eindelijk gevonden.

‘Ik heb me jaren afgevraagd hoe mijn anorexia is begonnen. Achteraf denk ik dat het veel te maken had met mijn onzekerheid als kind. Ik deed als jong meisje mee aan musicals. Zingen en dansen waren mijn passie en uitlaatklep. Daar draaide het heel erg om uiterlijk. Hoe smaller hoe beter. Ik was een stevig kind en het was mijn droom om dun te zijn. Elke avond voor het slapen smeekte ik om de volgende ochtend dun wakker te worden. Helaas werkte dat niet zo, dus ik besloot drastische maatregelen te nemen. Dat was het begin. Daar kwam een heftige gebeurtenis bovenop: als puber ben ik misbruikt door een zangleraar. Dit heb ik jarenlang verwegen. De drang om zo dun mogelijk te willen zijn veranderde in: ik wil er niet meer zijn. Doordat ik niet at, voelde ik ook steeds minder. Ik wilde geen vrouw meer zijn, geen vrouwelijke rondingen hebben. In mijn wanhoop om af te vallen ging ik veel te ver.’

Familie
‘De rol van mijn ouders is tijdens mijn ziekte heel moeilijk geweest. Ik kom uit een Turks gezin en ben vrij Nederlands opgevoed, maar toen ik heel ziek was gingen mijn ouders mijn ziekte ontkennen. Ik werd steeds dunner. Op een gegeven moment vonden ze het genoeg, maar ik kon niet meer stoppen. Ik had zelf niet eens door dat ik een eetstoornis had ontwikkeld. Toen ik op een gegeven moment aangaf dat het niet goed met me ging, zeiden mijn ouders: ‘Doe niet zo gek! Je bent toch niet gestoord?’ In de Turkse cultuur is psychiatrie nog een taboe. Dat maakte het nog lastiger. Ik sportte drie à vier uur op een dag. Ik mocht van mezelf niet slapen ’s nachts, dus ging ik rondjes lopen in mijn kamer. Ik durfde zelfs geen water meer te drinken omdat ik ervan overtuigd was dat er calorieën in zaten. Op een gegeven moment was mijn lichaam op, ik stortte in. Ik werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis: uitgedroogd en ondervoed.’

De verandering
‘Na een lange ziekenhuisopname waar ik was gered van de dood, kreeg ik nog één kans in een kliniek. Ik had daar niet verteld over mijn misbruik, dus een groot deel van het probleem was er nog. Ik viel terug en hard ook. Ik heb zes maanden in die kliniek gezeten, maar het ging niet goed. Ik kwam niets aan, viel alleen maar af. Ik had alles geprobeerd en de kliniek gaf het ook op. Ik moest weg. De buren van mijn ouders, waar ik goed contact mee had, wisten een antikraak huis in mijn woonplaats, waar ik goedkoop kon wonen. Ik dacht eerst: wat moet ik daar? Ik ben een stadsmeisje. Maar ik had geen ander keuze.’

Eenzaamheid
‘In het begin had ik het heel zwaar. Ik kende niemand en voelde me erg alleen. Gelukkig kwam ik in dat huis bij zes andere mensen die heel aardig voor me waren. Ze hielden mij af en toe in de gaten. De omgeving was prachtig en ik had leuke buren met drie kleine kinderen waar ik op mocht passen. Daar kreeg ik zoveel liefde van. Dat gaf moed. Ik voelde me weer een deeltje van de maatschappij. Omringd door gezonde boeren. Zij begrepen niks van anorexia nervosa. Doordat ik mijn lichaam zoveel geweld had aangedaan, moest ik regelmatig een bloedtransfusie of kalium toegediend krijgen omdat mijn bloedwaardes niet goed waren. Ik weet nog een moment dat ik weer eens in mijn eentje in het ziekenhuis lag. Ik voelde me zo alleen en was zo moe. Ik dacht: wordt dit nu mijn leven? Altijd naar een ziekenhuis om weer opgelapt te worden?’

Liefde
‘Niet snel daarna ontmoette ik mijn vriend Jordy. Hij was vrijwilliger bij de voedselbank en kwam aan de deur om een voedselpakket te brengen. Hij was meteen verliefd, zei hij. Hij vroeg me uit en ik heb geen moment getwijfeld. Ik keek in zijn ogen en het voelde meteen vertrouwd. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Hij heeft me echt gered. Niet snel daarna is hij bij me ingetrokken. Hij gaf me ritme en zei: ‘We gaan gewoon drie keer per dag eten. Punt.’ Hij kookte voor me en langzaam maar zeker ging het goed. Ik kreeg structuur, want hij was continu om me heen en ik ervoer iets wat nieuw voor mij was: iemand die elke dag zei hoe mooi, lief en geweldig ik was. Langzaam maar zeker leerde ik van hem wat ‘leven’ is. We hebben nu een huisje voor onszelf. Ik ben ook begonnen als ervaringsdeskundige bij Ixta Noa, een stichting die mensen ondersteunt bij psychische stoornissen. En ik heb mijn diploma voedingsdeskundige gehaald. Er is nu bijna een jaar voorbij en kan ik me niet meer voorstellen dat ik een dag niet zou eten. De nuchterheid van mijn omgeving heeft me zo geholpen.’

Leven
‘Ik heb zo vaak op het randje van de dood gebalanceerd. Ik heb echt engeltjes gehad die mij telkens weer hebben gered. Ik wilde dood, omdat ik dacht dat de dood me rust zou brengen. Niet meer die stem in mijn hoofd die zei wat ik wel en niet mocht. Dat was zo vermoeiend. Bijna ondraaglijk. Nu ik het leven heb ontdekt, ben ik zo blij en wil ik niet meer anders. Ik geniet van kleine dingen. Ik wil nu echt niet meer dood.

Tekst: Yara Hannema

 

Deel op:

Laat een reactie achter

dima