Tijdens de begrafenissen van vrienden hoorde Dieuwertje Blok (57) zulke troostrijke woorden dat ze de dood meer en meer als onderdeel van het leven beschouwt. Voor toBe vult de presentatrice vijf algemene wijsheden over leven en dood persoonlijk in.

Wie is Dieuwertje Blok?
Geboren: 8 augustus 1957
Woonplaats: Aerdenhout, samen met (radiopresentator) Peter de Bie
Kinderen: dochter Sam (1991) en zoon Mick (1993) en stiefkinderen
Tim (1982) en Lisanne (1984)
Beroep: tv- en radiopresentatrice, actrice, verteller, voice-over
Bekend van: televisieprogramma’s als KRO’s Middageditie, Zomertijd,
Ontbijt TV, Dolce Vita, NTR Podium en het Sinterklaasjournaal, het inspreken van luisterboeken (Pipi Langkous, Haar naam was Sarah, Terug naar de kust), diverse ambassadeursfuncties (Hartstichting, Metakids, Vrijwilligerswerk, lid wereldteam WNF)
Onderscheiding: Gouden Stuiver voor het Sinterklaasjournaal in de categorie Beste Kinderprogramma tijdens het Gouden Televizier-Ring Gala (2013)
Wil: Begraven worden op een natuurbegraafplaats. “Het mag welig tieren boven mijn hoofd.”

 

1) Een broertje dood hebben aan   
“Vooroordelen. Dat heeft waarschijnlijk met mijn achtergrond te maken – mijn moeder komt uit een Joodse familie. Ik leef vanuit de overtuiging dat ieder mens een eigen naam, een eigen geschiedenis en een eigen verhaal heeft. Voor praten in termen als ‘De Marokkanen’ en ‘De Amsterdammers’ ben ik overgevoelig. Die manier van praten beïnvloedt je denken. Wanneer je vervalt in algemeenheden, vergeet je wie je voor je hebt. Als ik zoiets hoor, vraag ik altijd: ‘Wie is dat dan, hoe heet ‘ie?’, om het maar los te halen van die groepsgedachte. Wat ik heel bewonderenswaardig aan mijn moeder vond – zes jaar geleden overleed ze – is dat ze zich nooit een slachtofferrol heeft laten opdringen. Ze heeft de oorlog omgezet in iets positiefs door heel actief te worden en op zoek te gaan naar manieren om de wereld net iets leuker achter te laten dan de wereld waarin zij terechtgekomen was. Ze was heel sociaal en had een groot hart. Ze leerde ons, mij en mijn twee zussen, dat je niet beter bent dan een ander omdat je misschien in een groter huis woont. Je moet je overal kunnen bewegen. Ik kom uit een intellectueel, artistiek gezin maar ging naar een schooltje in de polder. Tussen de middag was ik altijd bij vriendinnetjes die op boerderijen woonden. Iedereen is anders en we lijken misschien niet op elkaar, maar we hebben allemaal hetzelfde recht om er te zijn. ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Zo simpel is het. Ik heb die houding ook aan mijn kinderen proberen door te geven. Maar goed, zij zijn opgegroeid in Aerdenhout. Dan is dat wel iets moeilijker. Dit is toch meer een enclave waar de wereld niet echt binnenkomt.”

Fotograaf: Jasper Bosman

 

2) Leven en laten leven
“De samenleving, dat ben jij. Je hebt de plicht om mee te doen, zeker als je het goed hebt. Ook dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Mijn moeder runde vanuit huis een Unicef-winkel en ze organiseerde schrijfavonden voor Amnesty. Ik presenteer de inspiratiedag voor de vrijwilligers van de Hartstichting omdat mijn man Peter hartpatiënt is en ik zet me in voor Metakids omdat ik een neef heb met een stofwisselingsziekte. De laatste jaren collecteer ik voor Alzheimer Nederland. Mijn moeder collecteerde ook altijd voor van alles en nog wat. Het heeft iets sympathieks omdat het persoonlijk is. Dan loop ik lekker met mijn busje en spreek ik de mensen in mijn buurt eens. Wat kost me dat nou helemaal? Een middag en een avond. Dat doe ik dus gewoon.
Ik heb een talent voor ‘licht’ leven. Natuurlijk ken ik wel angsten – de angst dat er iets met mijn kinderen gebeurt of met mijn man – maar ik kies ervoor die niet te laten overheersen. Wanneer angst je leven overheerst, worden je blik en denken beperkt. Ik ken geen doodsangst én ik ken geen levensangst. De afgelopen maanden kwam de dood wel dichterbij. Ik heb twee dierbare vrienden begraven en ik kreeg van twee lieve vrienden te horen dat ze ongeneeslijk ziek zijn. Ineens, baf, dat nieuws. Het maakt diepe indruk te zien hoe verschillend zij daarmee omgaan. Ze nemen de regie voor zichzelf en daarmee ook voor ons. Nog wel of niet meer behandelen, het leven vieren of vooral in dankbaarheid kijken naar wat het leven gegeven heeft, kiezen voor kwaliteit of voor extra tijd. Het is allemaal goed. Alles mag, hoe hartverscheurend soms ook.
Na dat slechte nieuws had ik even een periode dat ik bij elk dingetje dacht: ‘Nu ben ik aan de beurt.’ Ik ben naar de huisarts gegaan om me te laten checken, en me te laten geruststellen. Dat gevoel ben ik nu weer kwijt. Hier heeft licht leven voor mij ook mee te maken: ik probeer dingen niet te laten sudderen, wil niet dat zaken zich opstapelen. Als iets weg kan, moet het weg. Van post tot een misverstand in een vriendschap: ik ruim het uit de weg. Ik wil zo leven dat ik op mijn sterfbed klaar ben met alles.
Wat me wel bezighoudt, is de vraag wat anderen van mij vinden: ‘Die mevrouw van tv denkt zeker dat ze beter is’. Je zult me daarom niet zien voordringen of op een andere manier onnodig opvallen. Ik ben ook bang voor agressie. Ik zit bijvoorbeeld in het Comité van Aanbeveling van Een ander Joods geluid, maar ik treed níet op als woordvoerder omdat ik niet goed ben in debat, in de hardheid van discussies. Bij agressie heb ik geen weerwoord. De oprichting van Een ander Joods geluid was mij trouwens wel uit het hart gegrepen, want binnen de Joodse gemeenschap is het moeilijk om kritiek op Israël te hebben. Maar het Jodendom en Israël zijn twee verschillende dingen en daar moeten we open over kunnen praten, vind ik. In mijn optiek zullen de bewoners van Israël met elkaar moeten leren leven, want als dat niet lukt, sterven ze samen. Samen leven vraagt om een open blik. Niet alleen recht vooruit kijken, maar ook vanuit je ooghoeken. Veel religies maken helaas intolerant. Rituelen binnen religies vind ik prachtig, maar zodra het dogmatisch wordt, haak ik af.”

Fotograaf: Jasper Bosman

 

 3) Over de doden niets dan goeds
“Mijn moeder is 85 geworden. Ze was de leukste moeder van de wereld. Echt weg is ze niet, ze zit in mij. Toen ze stierf, was het heel verdrietig maar het was ook vredig. Er was een en al liefde. We hadden alles besproken, er was niets meer te verhapstukken. Precies zoals ik het later ook zou willen. Op de begrafenis van een vriendin dit jaar, hoorde ik troostrijke zinnen die precies verwoorden hoe ik het met mijn moeder voel: ‘Als je dood bent, ben je overal. Je bent niet gebonden aan tijd en plaats’. En op de begrafenis van een andere vriendin kregen we, nog van haarzelf, ter troost deze prachtige woorden mee: ‘De dood is niets. Ik ben slechts naar de andere kant. Wat we voor elkaar waren, zijn we nog steeds. Noem me zoals je me altijd hebt genoemd. Het leven is wat het altijd is geweest. De draad is niet gebroken’. Door op zo’n manier naar de dood te kijken, wordt de dood veel meer onderdeel van het leven.
Op de crematie van mijn moeder heb ik gesproken, hoe moeilijk ik dat ook vond. Na afloop kwam er iemand naar me toe die zei: ‘Ik wou dat ik haar gekend had’. Het was ook zo’n leuke vrouw, je kon zo verschrikkelijk met haar lachen. Die lichtheid van leven heb ik van haar. Lachen om niet te hoeven huilen, dat heeft zij uitgevonden. Een natuurlijke manier van minder prettige dingen verdringen, dat kán. Ze deed van die gekke dingen. Dacht ze: ‘Goh leuk, de kinderen komen straks uit school. Ik zet een theemuts op, dan heb ik ze aan het lachen’. Dan liep ze daar al een tijdje mee rond en als er iemand aanbelde deed ze gewoon open. Was ze vergeten dat ze die theemuts op had. Wanneer ze dat later aan ons vertelde, lag ze zelf helemaal dubbel. Er bestaat zo’n mooi liedje: ‘Het lachen dat we samen deden, het is voorbij, het is voorbij’. Dat kon ik eerst niet horen zonder tranen.
Mijn vader woont nog in het huis waar ik geboren en getogen ben. Mijn jongste zusje woont er ook weer. Het is nog steeds een heerlijk familiehuis, op een te gekke plek. Het staat net buiten het dorp, aan het water, tegenover een molen. Vanaf het terras trek je met een touw een vlonder over de waterlelies en vanaf die vlonder doken we zo het meer in. Mijn veertigste en vijftigste verjaardag heb ik daar gevierd. Het feit dat ik ben wie ik ben, heb ik te danken aan mijn jeugd. Mijn moeder was heel warm en humorvol, mijn vader is intellectueler. Die werelden vormden een symbiose en daar zijn wij de producten van. Dat voelt heel rijk.”

4) Tot de dood ons scheidt
“Het dieptepunt in mijn leven is de scheiding van de vader van mijn kinderen. Ik had een ‘licht ontvlambaar hart’, zoals mijn moeder dat noemde en dat was een van de oorzaken. Ik ben nu alweer bijna vijftien getrouwd met Peter, de liefde van mijn leven. We trouwden in Las Vegas in de Graceland Wedding Chapel, die van Elvis. Zonder de kinderen. Eenmaal terug hebben we het dunnetjes overgedaan, om ons huwelijk ook voor mijn en zijn kinderen tastbaar te maken. Dit huwelijk, dit samengestelde gezin klopt. Maar vlak na de scheiding had ik een sterk schuldgevoel. De kinderen konden daardoor over vrijwel alles met mij onderhandelen. Fotograaf: Jasper BosmanPeter had meer opvoedervaring – zijn kinderen waren ouder – en hij leerde me op te treden en structuur aan te brengen. De kinderen van Peter zie ik als twee individuen. Ik heb nooit geprobeerd hun moeder te zijn. Het zijn niet mijn bloedjes, wel mijn hartjes. We zijn heel erg verbonden, maar het is niet hetzelfde. Wel kan ik uit de grond van mijn hart zeggen dat we het fijn hebben met elkaar. Vanaf het moment dat ik kinderen kreeg, ben ik me er ook erg van bewust dat ik onderdeel ben van een keten van generaties. Je creëert zelf een generatie, je bent niet meer de laatste. Om die generaties in mijn gezin met elkaar te blijven verbinden, organiseer ik elke zes weken een B-diner – de drie achternamen in ons gezin beginnen met een B. Onze kinderen nodigen vrienden uit, wij nodigen vrienden uit en we kletsen met elkaar: ‘Waar ben je mee bezig?’ Dan is het net weer het ontbijt van vroeger op zondagochtend, waarbij Peter en ik voor alle kinderen en hun logees sinaasappels persten en eieren bakten. Het Wonder­ontbijt noemden we dat.
Na het B-diner vliegt iedereen weer uit. En dat hoort ook zo. Kinderen moeten hun eigen leven leiden. Toen ze kleiner waren, heb ik eindeloos het versje over de regenworm van Annie M.G. Schmidt voorgedragen, met als strekking: Doe nooit wat je moeder zegt. Mijn zoon werd dit jaar 21. Ik keek naar hem en dacht: je rookt, je drinkt whisky en je hebt een anker op je arm. Je hebt goed naar me geluisterd (grinnikt).
Toen mijn moeder stierf, was ze meer dan vijftig jaar getrouwd geweest met mijn vader. Ze waren verknocht aan elkaar. Ik heb geen voorstelling van iets dat met je ziel gebeurt of dat wat er eventueel van je blijft voortbestaan, maar ik zie wel dat na mijn moeders dood mijn vader meer mijn moeder is geworden. Heel mooi. Hij kan nu vol aandacht zeggen: ‘Wat fijn dat ik je zie’. Hij is zachter geworden, lichamelijker ook, zoals mijn moeder was. Ik zat tot op hoge leeftijd met mijn moeder in het bad. Het fysieke was voor ons iets natuurlijks. Bevallen bijvoorbeeld, vonden we allebei een enorme kick. Zwanger zijn vond ik ook heerlijk, dat gekriebel in je buik.
Tijdens mijn bevallingen heb ik me een leeuwin gevoeld. Ik ben nog nooit zo trots op mezelf geweest als toen. En later hoorde de overgang er ook gewoon bij. Het is ongemakkelijk en soms meer dan dat maar het hoort bij het leven. We moeten ermee leren omgaan. Denk warm, denk warm, zei ik altijd tegen de kinderen als ze het koud hadden en andersom werkt dat ook heel goed. Als je het denkt, is het waar, op een bepaalde manier. Het leidt in ieder geval af. Ik geloof ook gewoon drie weken per jaar in Sinterklaas.”

5) ‘Het leven is wat je gebeurt als je andere plannen maakt’ (John Lennon)
“Het leven is slechts voor een deel maakbaar. Ziekte, ontslag: dat zijn dingen die je echt gewoon overkomen. Ik ervoer sterk dat je niet op alles invloed hebt, toen ik begon met werken. Ik was fotoredacteur bij het blad Studio KRO en werd al snel omroepster. Opeens kwam ik bij miljoenen mensen in de huiskamer en werd ik een soort familielid waar mensen hardop over praatten terwijl ik er niet bij was. Dat maakte me intens onzeker. Tussen mijn twintigste en dertigste was ik onzeker over alles. Heel veel mensen dachten van de ene op de andere dag dat ze mij kenden. Maar het gaat niet echt over wie je bent, maar over een beeld van jou. Het was eenrichtingsverkeer, heel raar. Ik heb er lang over gedaan om daarmee te leren omgaan. Nu ben ik volkomen tevreden met mijzelf. Ik houd van mijn werk, ik beweeg me makkelijk tussen mensen. En tegelijkertijd houd ik er ontzettend van om alleen te zijn. Ik zoek de eenzaamheid op, in de wetenschap dat ik niet alleen ben, natuurlijk.
Alleen thuis zijn vind ik ook heerlijk. Mijn man heeft dat minder. Hij wil graag dingen samen doen, terwijl ik net in een fase zit waarin ik barst van de energie om dingen aan te pakken buitenshuis. De kinderen zijn het huis uit, dus met hen hoef ik geen rekening meer te houden. We breiden ons huis uit, heel atypisch natuurlijk: nu de kinderen het huis uit zijn, breiden wij uit. Ik kan me zelfs nog wel eens afvragen wat ik later worden wil. Peter heeft het er wel eens over ja, over die werklust van mij. Hij plukt de dag op een andere manier, dat heeft ook met zijn gezondheid te maken. Hij werkt nog, maar is ook al opa. Hij zou graag meer met mij willen reizen. Dat hebben we altijd veel gedaan, ook met de kinderen. En dat doen we ook nog wel… Weet je, nu de kinderen het huis uit zijn, merk ik pas hoezeer ik móeder ben geweest. Ik dacht altijd aan thuis. Wie vangt de kinderen op, wanneer kook ik, wordt er gezorgd voor… noem maar op. Nu ik dat niet meer heb, geniet ik enorm van mijn vrijheid.”

Tekst Maaike Kuyvenhoven & Laura Thuis – Fotografie Jasper Bosman

Deel op:

1 reactie

  1. Ada Verhoeven on

    Beste Mevrouw Dieuwertje Blok,
    Zondag 18 december waren we met onze kinderen en kleinkinderen in het Tropenmuseum en al snel kregen de kleinkinderen u in de gaten. Het zijn er zes tussen 5 en 9 jaar dus liefhebbers van het sinterklaasjournaal.
    U straalt op de televisie vertrouwen uit en dat hebt u niet beschaamd!
    Ze mochten met u op de foto en u omarmde ze liefdevol, geweldig, het leverde mooie foto’s op.
    Daarna was het ook goed en gingen ze verder met hun speurtocht door ‘Marokko’.
    Als het goed is hebt u via een andere weg al een foto toegestuurd gekregen.
    Ontvang een hartelijke groet van de familie Verhoeven.

Laat een reactie achter

dima