Zijn lust tot leven is groot, zonder de dood te schuwen. Op uitvaarten treedt Cornald Maas (54) regelmatig op als spreekstalmeester en zijn boeken gaan stuk voor stuk over leven, verlies en rouw. Voor toBe vult de journalist en presentator zes algemene uitspraken over leven en dood persoonlijk in.

Haal eruit wat erin zit
“Als kind vond ik het al heel erg dat er zoiets bestond als slapen. Dat vond ik héél stom bedacht van God. Ik bad in die periode letterlijk: ‘God, zorg er toch voor dat de slaap niet meer bestaat.’ Dat je naar bed moest en een groot deel van de dag versliep, ik vond het zo jammer. Want er gebeurt natuurlijk nog heel veel ’s avonds en ’s nachts, wat je dan allemaal niet meemaakt…

Mijn lust tot leven is groot, ja. Wel moet ik zeggen dat ik qua feesten en partijen wat minder scheutig ben geworden. Selectiever. Want er wordt vaak wel van alles gevierd, maar tot iets wezenlijks komt het zelden op zo’n feest. Ténzij er in de vorm van een ritueel iets bestendigd wordt. Als er iets wordt benoemd in een mooie toespraak, op een huwelijk of uitvaart bijvoorbeeld. Maar als koeien in de wei, zoals ik dat dan noem, met eeuwig dezelfde mensen op allerlei feesten en partijen rondhangen, zesentwintigeneenhalve gesprekken voeren en ondertussen net iets te veel wijn drinken, dat bevredigt me in hoge mate niet. Niet meer.

‘Je talenten willen verzilveren, ik heb die ambitie heel sterk’

Vroeger wel. Toen ik na mijn Leidse studententijd hier in Amsterdam kwam wonen, vond ik het allemaal machtig interessant. Ik leerde mensen kennen die bekend waren van tv, ging naar de theaters. Nu ga ik bij voorkeur niet tijdens premières naar een voorstelling. Veel liever ga ik op een moment dat het wat wezenlijker kan indalen en je niet meteen gesprekken hoeft te voeren na afloop. Haal eruit wat erin zit.

Je talenten willen verzilveren. Ik heb die ambitie heel sterk en heb er ook moeite mee als mensen dat niet proberen. Misschien heb ik daarom geen kinderen. Dan zou ik minder toekomen aan wat ik zelf wil. En stel je voor dat je kind iemand is die zijn talenten níet wil verzilveren… Mijn nichtje, de dochter van mijn zus, is dit schooljaar op het gymnasium begonnen en appte mij heel blij dat ze voor de eerste keer huiswerk had gemaakt, anderhalf uur lang. Dan denk ik: ‘Ha, een kind naar mijn hart.’ Heel verantwoordelijk en gedisciplineerd, net als ik. Ja, ik vind het heel leuk dat we die overeenkomst hebben. Maar de belangrijkste reden waarom ik geen kinderen heb, is misschien wel dat ik dan nooit meer vrij van angst zou zijn. Stel je voor dat je je eigen kind overleeft. Dat lijkt me het ergste wat je kan overkomen.”

‘Hoeveel mensen stellen na verloop van tijd nog vragen aan iemand die een groot verlies heeft geleden?’

Van leven ga je dood
“Dood, rouw, vergankelijkheid, verlies… het zijn thema’s die altijd terugkeren in mijn boeken en waarin ik al zo lang ik me kan herinneren geïnteresseerd ben. Ik weet niet precies waar dat vandaan komt. Het kan een heel praktische reden hebben, omdat de vader van een van mijn beste vriendjes begrafenisondernemer was. Ik kreeg daardoor mee hoe dat dan ging met al die mensen die overleden. Hun gezinsleven stond altijd in het teken van zijn werk, want er kon elke minuut iemand doodgaan. Of ik heb die interesse omdat ik op mijn vierde heel ziek was. Ik lag toen lange tijd in quarantaine in het ziekenhuis, vanwege paratyfus. Misschien drukte mij dat al op jonge leeftijd met mijn neus op de feiten. Maar ik vermoed dat het vooral komt doordat ik als kind al zag dat mensen bij wezenlijke dingen als de dood bijna geen woorden kunnen vinden. Laat staan er vragen over durven te stellen. Ik zag veel onhandigheid en onvermogen om te benoemen wat er speelt. Er werd heel veel besproken, maar weinig gezegd.

In de katholieke kerk in West-Brabant, merkte ik dat ook. Op de communie van mijn broer, hij was zeven en ik negen, bleek dat een oom van mij plotseling was overleden. Ik herinner me nog goed dat toen dat nieuws binnen waaide, iedereen heel ontzet was en niemand er woorden voor vond. Ik weet ook niet of er later echt over gesproken is. Mensen praten niet snel over de dood. Dat is niet alleen van die tijd hè, dat is van alle tijden. Al is er nu wel wat meer gemak. Maar het machtsvertoon waarmee de dood nu in je gezicht wordt geslingerd, daar zit ik eerlijk gezegd ook weer niet op te wachten. Het stikt van de programma’s die over de dood gaan, over mensen die de laatste fase van hun leven ingaan. Ik vertrouw de interviewers ook niet altijd, die op een veel te evidente manier naar tranen vissen. Daar heb ik een ontzettende hekel aan. Het is ook nooit mijn ambitie geweest bij de verhalen die ik schreef.

Mijn ‘missie’ is vooral om rouw bespreekbaar te maken en erover te blíjven praten. Want hoeveel mensen stellen na verloop van tijd nog vragen aan iemand die een groot verlies heeft geleden? Ik ben er heilig van overtuigd dat het onder woorden brengen van je verlies helpt bij de verwerking. Want met de dood krijgt iedereen onherroepelijk te maken. Praat er daarom over, haal er troost uit en zie het wellicht als een leidraad voor verlies dat nog in het verschiet ligt. Maar het heeft ook tijd nodig. Ik leidde bijvoorbeeld de uitvaartceremonie van Jeroen Willems (een bekend acteur en een van Cornalds beste vrienden, red.) en was druk met de organisatie ervan. Hierdoor kwam ik pas veel later aan mijn eigen verdriet toe.”

De zin van het leven die schrijf je zelf (Loesje)
“In mijn geval zou ik zeggen: ‘De zin van het leven die béschrijf ik zelf’. Want ook al zijn mijn interviewbundels gebaseerd op mijn eigen interesses en ervaringen, het zijn nog altijd de verhalen van anderen. Misschien wordt het zo langzamerhand tijd dat ik mijn eigen verhaal schrijf… Of, nee, het werk dat ik doe, ís mijn eigen verhaal. Ik krijg zo vaak de vraag: ‘Ja, maar wat is nou je eigenlijke interesse?’ Ik merk dat het je hier in Nederland tot weinig eer strekt als je verschillende terreinen beslaat. Je kunt niet én Toneelgroep Amsterdam goed vinden én van musicals houden. Zelf zie ik wel degelijk een rode draad. Ik wil vooral een podium bieden voor mooie verhalen. Of dat nou binnen Opium of Volle Zalen is, in mijn boeken, tijdens het jureren van de carnavalsoptocht in mijn geboorteplaats Bergen op Zoom of bij het Eurovisie Songfestival. Ik kan niet tegen voorspelbaarheid en weiger simpelweg in hokjes te denken.”

toBe-Cornald-Maas-Anne-Hamers
Cornald denkt even na en vervolgt dan: “Misschien heeft het met mijn achtergrond te maken. Ik bedoel, ik kom uit Bergen op Zóóm. Niemand in de hele omgeving had gestudeerd. Ik ging studeren in Leiden. Werd lid van het corps. Ik wist niet eens wat dat wás voor ik erheen ging. De Volkskrant, Vrij Nederland… Ik heb het allemaal daar leren kennen en studeerde vervolgens cum laude af. Dat ik het allemaal zelf moest ontdekken en dat niets vanzelfsprekend was, heeft overigens ook een voordeel: ik voelde totaal geen druk. Bij mij thuis zeiden ze: ‘Doe maar als jij dat wilt’. Ik kreeg daardoor, denk ik, een brede blik. Maar dat zorgt er inderdaad voor dat mijn rol, mijn bijdrage, de dingen die ik maak, soms versnipperd lijken.

De zin van mijn leven is denk ik vooral dat ik op betekenisvolle momenten écht een rol kan spelen. Vrienden komen bij mij als het erop aankomt, ondanks mijn hoekige karakter. Ik verlies snel mijn geduld, kan ontevreden zijn. Toch weten mensen me te vinden. Ik vind het mooi dat mensen bij me aankloppen als ze op een kruispunt in hun leven staan en willen praten over wat er op hun pad komt.”

Het leven is kort
“Ik vind het leven sowieso te kort. Net als slapen, heb ik de dood altijd een tamelijk idiote uitvinding gevonden. Want hoe zinloos is het dat mensen met al hun kennis en inzicht van de aardbodem verdwijnen? En dan die lijdenswegen… wat heb je er nu aan dat je verbrokkeld afscheid moet nemen, in elkaar stort, een leven krijgt dat nauwelijks nog menswaardig te noemen is? Ik heb weleens angst voor de omstandigheden waarin ik overlijd. Ik heb dus geen kinderen en stel dat ik mijn familie en vrienden overleef, dan eindig je zo een beetje allenig.

‘Je moet ervoor zorgen dat wat je doet, ertoe doet’

toBe-Cornald-Maas-Anne-Hamers
Maar ja, wat kun je doen? Ik kan toch moeilijk nu al een plaats in het verpleeghuis reserveren. Ik heb veel respect voor de moeder van een vriendin die op 69-jarige leeftijd tot euthanasie heeft besloten. Ze was ongeneeslijk ziek, maar toch, ik vind het van veel lef getuigen. Ik weet niet of ik het zou kunnen. Ik zou te veel aan het leven hangen denk ik, en dan een rommelig parcours ingaan. Omdat je blijft hopen dat het misschien tóch nog beter wordt. Wat ik me wel sterk realiseer, is dat je ervoor moet zorgen dat wat je doet, ertoe doet. Omdat het leven nu eenmaal eindig is. Zorg ook dat je samenvalt met momenten en ervaringen. Dus als je iets beleeft, denk dan niet alweer aan het volgende wat nog moet gebeuren. Overigens lukt me dat zeker niet altijd. Sterker nog, ik ben eigenlijk alleen op vakantie helemaal in het hier en nu. Door het jaar heen maak ik me vooral heel druk. Dan wil ik van alles.

Ik ben nu 54. Een leeftijd waarop mensen die me na stonden, wegvielen. Jeroen Willems was net vijftig. De man van mijn moeder, de moeder van mijn vriend Martijn. Aan de andere kant… het is niet zo dat hoe langer het leven duurt, hoe mooier het wordt. Gisteren was ik op de verjaardag van een goede vriendin. We zaten met allemaal leeftijdsgenoten en gingen het rijtje langs om te bespreken hoe het met onze ouders zat. Van bijna niemand leefden de ouders nog allebei, en bij de ouder die nog wel leefde was er vaak sprake van Alzheimer. Ik was, samen met één jonger iemand, de enige van wie beide ouders nog in leven en in goede conditie zijn. Zowel fysiek als mentaal. Dus ja, het moet nu gebeuren. Hier zal mijn onrust voor een deel wel vandaan komen.”

Over de doden niets dan goeds
“Dat is een uitdrukking waar ik graag iets over wil zeggen, want ik ben het daar niet mee eens. Je bewijst iemand meer eer door juist ook de rafelrandjes te benoemen, daar wordt het portret completer door. Eerder dit jaar overleed de vader van Martijn. Ik was spreekstalmeester en leidde de uitvaart. Omdat Martijn zijn vader als geen ander kent en wij elkaar door en door kennen, konden we heel snel schakelen. We hadden goed afgetimmerd hoe de speeches zouden zijn. Drie of vier mensen aan het woord en allemaal een deel zodat er geen overlap was. Er was mooie muziek en we lieten foto’s zien. Het duurde veertig minuten, niet te lang. Er werden liefdevolle dingen gezegd en, op een mooie manier, ook wat nootjes gekraakt. Maar daardoor worden de contouren van zo iemand alleen maar fraaier.

Iedereen die een dierbare verliest, zou ik het gunnen om de uitvaart te laten leiden door een betrokkene die het een persoonlijke kleur kan geven. Een persoonlijk in memoriam hoort bij een uitvaart, vind ik. Omdat het zo zonde is dat anders alles vervliegt. Want lang niet iedereen kent alle verhalen. Tijdens de uitvaart van Martijns vader hebben we ook zijn moeder, die twintig jaar geleden overleed, een plaats gegeven. Dat vond ik mooi: veel van onze vrienden hebben haar niet gekend, ik ook niet – onze relatie begon net daarna. En ik heb er Martijn ook weer beter door leren kennen.”

toBe-Cornald-Maas-Anne-Hamers
Er is meer tussen hemel en aarde
“Rond mijn dertiende doorzag ik verschillende dingen. Hoe mensen met het geloof aan de haal gingen bijvoorbeeld, doordat iedereen er z’n eigen verhaal van maakte. En tijdens de biologielessen kwam ik tot de conclusie: het geloof is een manier van mensen om de wereld beheersbaar te maken. Want ik geloof wel dat er ooit een Jezus-figuur is geweest, maar het is echt niet zo dat hij verrezen is en later de lucht is in gevlogen. Ik geloof dat in elk geval niet. Maar het geloof geeft je natuurlijk ook een soort van troost. Dat je na de dood lekker teruggaat naar de mensen die je tijdens je leven hebt leren kennen. Hoe zalig is die gedachte? Ik kom echt niemand meer tegen, hoor. Maar wat er dan wel gebeurt?

Ik weet nog steeds niet of ik mezelf wil laten cremeren of begraven, omdat ik toch denk: ‘Als ik verbrand, ben ik zeker weg’. En je weet toch maar nooit wat er gebeurt als je je laat begraven. Maar dán moet ik er weer niet aan denken dat je deep down in de grond ligt in de kou en dat de maden je lichaam verorberen. Dus wat moet ik nou doen? Deze week las ik trouwens dat de moeder van Joop Braakhekke 106 wordt. Dat postte Joop met een foto van zijn moeder erbij en ik dacht direct: ‘Dat wil ik ook.’ Ik wil ook 106 worden. Dat zit er bij mij wel echt in. Mijn moeder zegt tegenwoordig: ‘Als het nu helemaal klaar zou zijn, zou ik dat prima vinden. Dan heb ik alles uit het leven gehaald, jullie zijn goed terechtgekomen, het is mooi geweest.’
Die gedachte zal ik niet snel hebben.”

Mijn levensmotto: Mens, durf te leven!

cornald-maas-duizend-vragen-heb-ik-over-de-doodDuizend vragen heb ik over de dood

Wat is de invloed van de dood van een kind, ouder, geliefde of hartsvriend op je eigen leven? Slijt het verdriet naarmate de tijd verstrijkt, of juist niet? Levert de dood ook positieve ervaringen op? In Duizend vragen heb ik over de dood spreken uiteenlopende bekende en minder bekende persoonlijkheden zich openhartig uit over het overlijden van een dierbare.

Duizend vragen heb ik over de dood is een bundel indringende, emotionerende verhalen voor iedereen die een dierbare verloor en daar soms nauwelijks nog vragen over krijgt, en voor iedereen die ervaren heeft dat de dood onlosmakelijk met het leven verbonden is, misschien omdat het leven anders zo weinig zin heeft.

uitgeverijprometheus.nl
€ 7,99 | e-boek

Tekst: Maaike Kuyvenhoven & Laura Thuis   
Fotografie: Anne Hamers    

Deel op:

Laat een reactie achter

dima